Openinstoespraak van Sandra Smets, Tentoonstelling: Otto Snoek, Detour, a Rotterdam photo journal 3-12 to 13-1-2024

04.11.2023

Otto

Hoe mooi deze tentoonstelling ook eruit ziet, ik ken Otto van een minder mooie fotografie – sorry dat ik meteen met zo’n lompe formulering begin. Dat was misschien 20 jaar geleden, toen ik in tentoonstellingen zijn foto’s zag van het Rotterdamse stadsleven van nu. Het was een drukte van stedelingen in de koopgoot of op een terras, op zoek naar vertier, en consumptie, want dat helpt altijd. Mensen met leggings en trainingspakken aan in foto’s die een wonderlijke combinatie waren van levenslust en leegte. Het was vrijheid die Otto in beeld bracht, een fundamenteel streven van de mens maar dan vrijheid met een zekere leegte: een gevoel van anything goes, een vrijheid zonder ideologie, in een tijd waarin vrijheid een individualisme betekende en niet gemeenschapszin.

Of zoals de titel van een boek van hem luidde: Why Not. Een titel waar een bepaald schouderophalend gevoel in zit, een onverschilligheid. De mensen op zijn foto’s zijn dan ook vooral bezig met zichzelf, en hij brengt ze in beeld op een manier die dat solistische onderstreept: composities opgebouwd uit diagonalen waardoor deze figuren aan weerszijden het beeld uit lijken te bewegen, ook weer ieder een eigen kant uit, als in een wereld zonder samenhang. Dat is alles subtiel gedaan waardoor die foto’s helemaal niet zo rechttoe rechtaan zijn als je wellicht denkt wanneer je ze voor het eerst ziet. En nu heeft hij me ook nog laatst verklapt dat hij elke foto die hij maakt, nadien nog twee uur lang minutieus bijwerkt tot hij daarin komt tot de ultieme balans.

De expositie nu vandaag heeft niet dat koopjescornergevoel, want dit is een wereld waar we meer naar kunnen verlangen. Een wereld wel met schoonheid, hoewel schoonheid natuurlijk een relatief begrip is – precies wat Otto altijd laat zien. De stadsfoto’s die ik zojuist noemde, bestaan uit een stadsleven volop menselijk streven naar schoonheid maar dan op een gefragmenteerde en individuele basis.

De foto’s nu vandaag tonen een andere kant van het werk van Otto, met een verlangen naar een geïdealiseerde versie van de stad waar we in leven: de stad zoals die bedoeld is op de ontwerptafel. Daarmee bedoel ik de stadspanorama’s die Otto maakte van Rotterdam zónder mensen. Een kale stad, kleurrijk, op een manier dat je ziet hoe hij bedacht is op de tekentafel. Een ideale wereld en toch ook weer niet. Met al die gebouwen en kale straten is het ook een strenge wereld, een waarvan je je afvraagt of die wel echt zo gladjes werkt als bedacht is. En dat geldt zelfs voor de aangelegde natuur, waar een kaarsrechte vijver wordt omringd door pittoresk groen.

Foto’s zonder mensen is niet wat je van Otto verwacht. Deze expositie gaat minder over mensen en meer over plekken. Deels brengt dat ons terug naar de pandemie. Toen werden de straten en plekken om ons heen ook werkelijk leger. De kale stad met zijn mooie architectuur en andere bouwplannen was voor even een vijandig terrein. Dit is het nieuwe werk dat Otto hier toont: stadsgezichten waarin de maakbaarheid botst met de realiteit, met stukjes die onaf zijn of met ongerijmdheden, die ontsnappen aan masterplannen en het streven naar functionaliteit. Zoals een reusachtig ei op een spoor, een beeld waar geen touw aan vast te knopen is. Zoals zo’n ei laat zien, is de ons omringende wereld het domein van de mens. Ook zonder dat hij mensen in beeld brengt, voel je dat stadslandschappen de plekken van stedelingen zijn, met ook hún ongerijmdheden. Ook als ze fysiek uit het beeld gefilterd zijn, zijn ze in geest nog steeds aanwezig.

In de praktijk is Otto een soort diesel: hij trekt wijken in en reist landen door en maakt daar foto’s zonder nu altijd precies te weten welk beeld wat betekent, om dan achteraf de betekenis erin te kunnen lezen. Dat kan soms jaren duren. Dan weet hij welk beeld een tijdgeest heeft gevangen, in welke foto hij het verleden heeft weten te betrappen. Zodoende werkt hij uit nieuwsgierigheid, een soort innerlijke noodzaak, en een bepaalde serendipiteit: pas als je eropuit trekt weet je wat je tegenkomt.

Toen ik erover nadacht wat het werk van Otto bindt, was het idee van verlangen wat me bijbleef als rode draad. Dat zie je in zijn foto’s van mensenmassa’s, waarin mensen proberen om te genieten en hun beste levens te leiden. Dat doen ze ook door hun ideeën te projecteren op de buitenwereld, of dat nu de stad is of een land ver weg, waar het gras groener is. Zoals mensen hun zoektochten naar een beter leven uitbreiden door te reizen, doet Otto dat ook, in hun voetsporen. Zo ook andere projecten, die hier niet nu nog niet te zien zijn. Zoals zijn project rond de North Atlantic Dream: hij ging naar de VS om die plekken in beeld te brengen waar Europeanen en anderen al sinds generaties van gedroomd hebben.

Otto zocht die gedroomde plekken op en legde ze vast met een bepaalde vaalheid. Verschoten beelden. Een aantal beelden zijn geschoten in Europa, andere in de VS, het land van melk en honing. Vaak worden het plekken die wel esthetisch zijn voor het oog, om naar te kijken, maar niet om te verblijven, zo krijg je het idee bij Otto’s werk. En zo is het natuurlijk vaak, ook hier in Rotterdam. Ook deze stad kent plekken die in toenemende mate worden ingericht op visuele voorwaarden. Met kleurige muurschilderingen en pocket parks, maar waar geen bankjes zijn voor daklozen om te slapen. Een wereld om naar te kijken, een beeld dat je een leven belooft dat niet bestaat. Bij Otto’s foto’s is het altijd zo’n soort spanningsveld, telkens weer op andere manieren. Deze vale plekken waar mensen hopen of hebben gehoopt om iets van een paradijs te vinden, is volgens mij toch ook weer vergelijkbaar is met die lege vrijheid op zijn eerdere stadsfoto’s die ik twintig jaar geleden van hem leerde kennen, waarin geen god meer bestaat en we het dus maar met hedonisme moeten doen, alles op eigen kompas, zoekend naar zingeving zonder die te vinden.

In al die series zit verholen of zichtbaar een verlangen, denk ik. Dat is wat ook zijn oudere foto’s waar de kleur uit wegtrekt bindt met die andere stadsfoto’s, de meer lawaaierige fullcolour panorama’s waar hij zijn lens zo direct op de menigte drukt. Ook daarin zit een verlangen, maar dan naar een leven van vrijheid en weelde, een bestendige toekomst, en de moeilijkheid om dat te bereiken. Toen ik Otto sprak laatst, begon hij over een mist en zo is het: je weet niet waar je heen gaat, maar om je heen kijken of achterom kijken kan wel, naar dat wat is en dat wat was, en dat wat we verloren zijn. Zoals in deze expositie.

Sandra Smets