Preview exhibition: Lydia Schouten, ‘Yes, there will be singing in Dark Times’.

06.12.2020

Alle werken € 225,- per stuk. 20% korting bij aankoop van drie of meer / All works € 225 each. 20% discount when you buy three or more

Bestel hier / Order here

YES, there will be singing in Dark Times

Toen ik werd uitgenodigd door Hans Walgenbach om bij hem te exposeren, werd ik meteen enthousiast. Dit kwam door de combinatie Kunst en Boeken in zijn galerie. Wie goed kijkt naar mijn werk door de jaren heen, kan zien dat mijn inspiratie vaak ligt bij het combineren van beeld en tekst. Deze zomer heb ik doorgebracht in een coronarood aangegeven gebied in Frankrijk. Het isolement daar gaf inspiratie met als resultaat een groep van 40 nieuwe tekeningen en collages. Ieder werk staat op zichzelf maar voelt zich als een vis in het water tussen alle andere beeldcombinaties. Ik ben beïnvloed door de literatuur van J.G. Ballard — waarin leefomstandigheden voorkomen die meer op science fiction lijken —  en W.G. Sebald, waarin heden, verleden en fictie continu heen en weer switchen. “A pond becomes a lake, a breeze becomes a storm, a handful of dust is a desert, a grain of sulphur in the blood is a volcanic inferno. What manner of theatre is it, in which we are once playwright, actor, stage manager, scene painter and audience?” W.G. Sebald, fragment uit The Rings of Saturn Ik heb de Willem de Kooning Academie gedaan van 1971-1976 op de afdeling Autonome Kunst/Beeldhouwen. Het was een tijd waarin de visie overheerste dat alles al gedaan was in de schilderkunst, dus daar waagde ik me niet aan. Ik onderzocht de mogelijkheden van performance en beeldhouwkunst. Na mijn afstuderen deed ik vooral performances, waarin het tekenen soms al een rol speelde door met mijn lichaam ruimtelijke tekeningen te maken met meel en pigment of aarde. In de jaren tachtig maakte ik veel scripttekeningen, die als schetsen dienden voor een video. Toen ik in 1992 autonome tekeningen begon te maken, was er een duidelijke relatie met de scripttekeningen. Ze bestaan uit losse elementen, waarin tekst en beeld worden gecombineerd, vaak bijeen gehouden door één centraal beeld. Het zijn verhalen, maar missen een logische of chronologische verbinding. Het blijven losse fragmenten, waar de kijker zijn of haar eigen verhaal kan maken.

YES, there will be singing in Dark Times

When I was invited by Hans Walgenbach to exhibit, I immediately became enthusiastic. This was due to the combination of Art and Books in his gallery. If you look closely at my work over the years, you can see that my inspiration often lies in combining images and text.
This summer I spent in a corona red marked area in France. The isolation there provided inspiration, resulting in a group of 40 new drawings and collages. Each work stands on its own, but feels like a fish in water among all the other image combinations.

I have been influenced by the literature of J.G. Ballard – which has living conditions that are more like science fiction – and W.G. Sebald, in which present, past and fiction continuously switch back and forth.
A pond becomes a lake, a breeze becomes a storm, a handful of dust is a desert, a grain of sulfur in the blood is a volcanic inferno.
What manner of theater is it, in which we are once playwright, actor, stage manager, scene painter and audience? “
W.G. Sebald, excerpt from The Rings of Saturn

I attended the Willem de Kooning Academy from 1971-1976 in the Autonomous Art / Sculpture department. It was a time when the vision prevailed that everything had already been done in painting, so I did not venture into that.
I explored the possibilities of performance and sculpture.
After graduating I mainly did performances, in which drawing sometimes played a role by making spatial drawings with my body using flour and pigment or soil. In the eighties I made a lot of script drawings that served as sketches for a video.
When I started making autonomous drawings in 1992, there was a clear relationship with the script drawings. They consist of separate elements in which text and image are combined, often held together by one central image. They are stories, but lack a logical or chronological connection. They remain separate fragments, where the viewer can make his or her own story.

Lydia Schouten
2020

Marcelle van Bemmel

01.11.2020

EEN DEUR IN HET BOS
 
Enige tijd geleden kreeg ik het boek ‘Een antropoloog op Mars’ in handen. De schrijver, neuroloog Oliver Sacks (van ‘The man who mistook his wife for a hat” en bij een groter publiek bekend van de verfilming van ‘Awakenings’) vertelt in eerstgenoemd boek over een man die in zijn vierde levensjaar blind werd. Op zijn vijftigste onderging deze een operatie waardoor hij weer voor 80% zicht had. Probleem was echter, dat hij met zijn ogen wel opeens van alles kon waarnemen, maar dat zijn hersenen grote moeite hadden om de beelden te interpreteren.
Hij was opgetogen dat hij vanuit het raam van zijn woning naar beneden kon kijken en allerlei kleurvlakken voorbij zag schieten, maar  anderen moesten hem vertellen dat die kleuren de daken van auto’s waren. Voor hem waren de auto’s op straateen aanzwellend en wegstervend motorgebrom en de reuk van uitlaatgassen. Objecten en mensen waren voor hem alleen aanwezig als ze geluid maakten of als hij ze kon aanraken. In ruimtes waarin hij zich regelmatig bevond wist hij dat hij na een bepaald aantal stappen tegen een tafel zou botsen, of dat een muur de begrenzing van die ruimte zou zijn.
Met enige inspanning kon hij wel leren om een relatie te leggen tussen objecten in zijn woning die hij kon aftasten en die nu opeens ook zichtbaar waren, maar hij begreep niets van de zwarte vlek die steeds opdook in de kamer. Die veranderde voortdurend van vorm en grootte. Ze zeiden dat het de hond was die heen en weer liep. Een andere keer bleek het toch de kat te zijn.
In deze verhandeling wordt het duidelijk dat visuele prikkels alleen zinvol zijn als onze hersenen in staat zijn om ze te duiden. Ik begreep opeens hoe ik intuïtief  de foto’s selecteerde die ik het waard vond om af te drukken. In deze printsspeelt steeds de vraag wat je nu eigenlijk ziet. Een hardlopend poppetje met grote handen blijkt in werkelijkheid een gat te zijn die uit een dikke aluminium plaat gezaagd is.
Wij hebben geleerd om spiegelingen als zodanig te interpreteren. Als ik bij een etalage sta, zie ik mezelf en alles achter mij reflecteren in het glas. Maar ik kan het negeren en mij concentreren op de objecten in de etalage. In een foto krijgt alles dezelfde aandacht, net als de patiënt van dr. Sacks dat deed. Daar kan je in de fotografie gebruik van maken door twee zaken die niets met elkaar gemeen hebben met elkaar verbinden, zoals een zonsopgang en een TV-beeld  dat reflecteert in het raam. Door de combinatie ontstaat een bepaalde spanning.
De meeste foto’s heb ik met mijn mobiel gemaakt en daarbij kan ik de scherptediepte niet instellen: achtergrond en voorgrond zijn even nadrukkelijk in beeld. Dat kan je als fotograaf ook uitbuiten. In de foto van de vrouw die de ramen zeemt met de zee op de achtergrond zijn de druppeltjes op het glas haarscherp terwijl het bootje ver weg op zee ook duidelijk herkenbaar is. Je moet raden dat er een raam is, want de omlijsting ervan is niet te zien op de foto. Bij de stoffige afdruk van een duif op het raam is de vervreemding nog groter.
De patiënt van dr. Sacks wist ook niet hoe hij met schaduwen om moest gaan. Als hij langs een hek liep, en de zon scheen door de spijlen, kwamen er allemaal zwarte strepen op het wegdek. Kon hij er dan op gaan staan of struikelde hij erover?
Het is niet per ongeluk dat in mijn foto’s regelmatig silhouetten voorkomen. Het is verbazingwekkend hoe goed mensen die hun hele leven hebben kunnen zien in staat zijn om in de meest uiteenlopende vlekken de omtrekken van een mens te herkennen. Of het hoofd van het fictieve personage Sherlock Holmes.
Mijn foto’s zijn niet geënsceneerd of digitaal gemanipuleerd. Soms zet ik een horizon recht, maak de foto wat donkerder of lichter, of maak ik een uitsnede, maar verder laat ik mijn mobiel dingen registreren op bijna dezelfde manier als de blinde man die weer ging zien. Mijn keuze werd vooral gestuurd door de vraag: wat zie ik nu eigenlijk en hoe ga ik daarmee om?
 
Een deur in het bos, dat kan toch niet?
 
Marcelle van Bemmel - 2020



A DOOR IN THE FOREST
 
Some time ago I got my hands on the book "An Anthropologist on Mars". The writer, neurologist Oliver Sacks (from "The man who mistook his wife for a hat" and known to a wider audience from the film adaptation of "Awakenings") tells in the first-mentioned book about a man who went blind in his fourth year of life. At the age of fifty, he underwent surgery, which restored 80% vision. The problem, however, was that he could suddenly perceive everything with his eyes, but that his brain had great difficulty in interpreting the images.
He was delighted to be able to look down from the window of his home and see all kinds of areas of color darting past, but others had to tell him those colors were the roofs of cars. To him, the cars in the street were a swelling and dying engine hum and the smell of exhaust fumes. Objects and people were only present to him when they made noise or when he could touch them. In rooms where he regularly found himself, he knew that after a certain number of steps he would bump into a table, or that a wall would be the boundary of that space.
With some effort he could learn to relate objects in his home that he could sense that were now suddenly visible, but he did not understand the black stain that kept popping up in the room. It was constantly changing in shape and size. They said it was the dog running back and forth. Another time it turned out to be the cat.
In this paper it becomes clear that visual stimuli are only meaningful if our brains are able to interpret them. I suddenly understood how I intuitively selected the photos I thought were worth printing. In these prints the question always arises of what you actually see. A running doll with large hands actually turns out to be a hole cut from a thick aluminum plate.
We have learned to interpret reflections as such. When I stand at a shop window, I see myself and everything behind me reflecting in the glass. But I can ignore it and focus on the objects in the shop window. In a photo, everything gets the same attention, just like Dr. Sacks' patient did. You can make use of this in photography by connecting two things that have nothing in common, such as a sunrise and a TV image that reflects in the window. The combination creates a certain tension. 
I have taken most of the photos with my mobile and I cannot adjust the depth of field: background and foreground are equally emphatically in the picture. As a photographer you can also exploit that. In the photo of the woman cleaning the windows with the sea in the background, the droplets on the glass are razor-sharp, while the boat far away at sea is also clearly recognizable. You have to guess that there is a window as the framing of it cannot be seen in the photo. With the dusty print of a pigeon on the window, the alienation is even greater.
Dr. Sacks' patient also didn't know how to deal with shadows. When he walked past a fence, and the sun shone through the bars, all kinds of black stripes appeared on the road surface. Could he then stand on it or did he trip over it? 
It is no accident that silhouettes regularly appear in my photos. It is amazing how well people who have been able to see all their lives are able to recognize the outlines of a person in the most diverse spots. Or the head of the fictional character Sherlock Holmes.
My photos are not staged or digitally manipulated. Sometimes I straighten a horizon, make the photo a bit darker or lighter, or make a crop, but otherwise I let my mobile register things in almost the same way as the blind man who went to see again. My choice was mainly driven by the question: what do I actually see and how do I deal with it?
 
A door in the forest, that is not possible, is it?
 
Marcelle van Bemmel - 2020





Jouke Kleerebezem

21.09.2020

My drawing and painting occurs casually. The work does not come about in a fixed place or moment or following an established method. It develops in freedom and can be read from the process and from results that do not lead to a conclusion. It shares its ritual function with other daily activities — without hierarchy or authority. I work as I live, aware of the moment, attentively… here and now… it works or it doesn’t work and does not serve any external interest.

The act of drawing expresses an intimate and concentrated presence and creates momentum in an infinite and never static here and now. Whoever draws, paints, writes, or can lose himself for that matter in any dedicated act, is — while nothing remains except a few stubborn souvenirs that roam endlessly through the institutions.

Mijn tekeningen en schilderijen komen terloops tot stand. Het werk ontstaat niet op een vaste plek of moment, of volgens een vaste methode. Het ontwikkelt zich in vrijheid en kan worden afgelezen aan het proces en aan resultaten die niet tot een conclusie leiden. Het deelt zijn rituele functie met andere dagelijkse handelingen — zonder hiërarchie of autoriteit. Ik werk zoals ik leef, met aandacht voor het moment, oplettend… hier en nu… het werkt of het werkt niet en dient geen enkel extern belang.
De handeling van het tekenen brengt een intieme en geconcentreerde aanwezigheid tot uitdrukking, schept momentum in een onbegrensd en nooit statisch hier en nu. Wie tekent, schildert, schrijft, of zich in om het even welke toegewijde handeling kan verliezen, is — waar niets blijft op een paar hardnekkige souvenirs na, die eindeloos door de instituties zwerven.

Jouke Kleerebezem

 

 

 

 

 

   

Ine Lamers ‘Remote Sensing’, 29-08 to 27-09-2020 (English)

01.08.2020

 

 

Remote Sensing is a series of photo works with "unlikely" landscapes and montages. Maybe this is our planet, but there's a possibility it is not...
For a month I stayed and worked on Hrisey Island in Northern Iceland, recording the mountain ranges east and west along the Eyafjordur fjord. The same mountains and troughs were photographed several times from selected viewpoints and under varying lighting conditions. This was with the intention of collecting material for making landscape montages.

The different shots were then 'blended' in my studio, and mountains and coasts were pushed in and over each other to create new landscapes. I worked intuitively.
The resulting images explore processes of geomorphology and refer to constant movement, including those below the Earth's surface; they refer to sea level rise, glacier formation, and to unforeseen mountain convergence. These processes have solidified in the individual images.
Migrating mountains and floods allude to the earth as a place of unprecedented natural forces, while the images evoke associations with landscapes in a future.

Ine Lamers, 11 -8-2020

‘Remote Sensing’ was kindly supported by Mondriaan Fund and Fonds Kwadraat.

 

Ine Lamers, ‘Remote Sensing’, 29-08 to 27-09-2020 (Dutch)

01.08.2020

LET OP:
In verband met het coronavirus geen opening.
De tentoonstelling kan na afspraak worden bezocht  op
vrijdag, zaterdag en zondag van 13 -17 uur .

 

 

Remote Sensing is een serie fotowerken met ‘onwaarschijnlijke‘  landschappen en montages.  Misschien is dit onze planeet, maar er is een mogelijkheid dat dat niet zo is..
Een maand lang verbleef en werkte ik op het eiland Hrisey in Noord-IJsland en legde ik de bergketens oost en west langs de fjord Eyafjordur vast. Vanaf geselecteerde standpunten en onder variërende lichtomstandigheden werden dezelfde bergen en troggen meermaals gefotografeerd.  Dit was met de bedoeling om materiaal te verzamelen voor het maken van landschapsmontages.

De verschillende opnames werden daarna in mijn studio ‘geblend’, -vergelijkbaar met een dubbele dia projectie-, en bergen en kusten werden in en over elkaar geschoven tot nieuwe landschappen.  Ik ging intuïtief te werk.
De beelden verkennen processen van geomorfologie en verwijzen naar constante beweging, ook onder het aardoppervlak, naar stijging van zeespiegel, gletsjer vorming, en naar onvoorziene samenkomsten van bergen. In de afzonderlijke beelden is het proces gestold.
Migrerende bergen en overstromingen zinspelen op de aarde als plek van ongekende natuurlijke krachten en roepen associaties op met landschappen in een toekomst.

Ine Lamers, 11-8-2020

Remote Sensing is tot stand gekomen met ondersteuning van Mondriaan Fonds en Fonds Kwadraat.

 

Speech Kees Weeda voor Maria Ikonomopoulou 8-3-’20

17.02.2020

Lieve Maria, geachte dames en heren,

Op mijn werktafel thuis staat een standaard, zo’n mooie perspex standaard die je in de betere boekwinkels ziet. In die standaard staat een boek, een onleesbaar boek, waar ik toch veel in lees. De pagina’s staan vol lijntjes, streepjes, puntjes, maar die vormen geen letters. En toch lees ik erin.

Zelfs voor een groep mensen voor wie metaforen en paradoxen dagelijkse kost zijn, moet ik dat waarschijnlijk wel even uitleggen.

Het boekje dat eigenlijk meer de omvang heeft van een brochure is gemaakt door twee kunstenaars: Maria Ikonomopoulou en Anastasia Mina. Ieder maakte 6 tekeningen en 1 maakten ze samen. Het heeft twee voorkanten en geen achterkant: als je het werk van de ene kunstenaar hebt bekeken, moet je het boekje omdraaien om de bijdrage van de ander te zien. Of doorbladeren maar dan zie je een helft van het boekje op zijn kop.

Wat tegelijkertijd op subtiele wijze de kwestie van onder- en bovenkant in abstracte kunst aan de orde stelt….

Het is geproduceerd op Moleskin Folia zuurvrij 100 grams papier. De omslag is van het beste Engelse aquarelkarton van Saunders Waterford, 4-zijdig verlijmd, 300 grams, zuurvrij en verouderingsbestendig.

(Dit om u een beeld te geven)

Het heet ‘syn[chrono]sides – met twee haken rondom het woorddeel chrono. Ik kocht het in 2014.

Hoe kun je lezen in een boek waarin geen letters staan.

Je kunt er alleen in kijken, zou je zeggen en in de eerste jaren dat ik het werk had, deed ik dat ook.

Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik anders naar de pagina’s ging kijken: ik begon ze te lezen. (Lezen en voelen want er zitten pagina’s tussen die als een brailleschrift alleen kleine puntjes bevatten.)

En toen ‘las’ ik het verhaal van Maria.

Toegegeven, ik heb wel enige voorkennis, maar dan nog, is het fascinerend om te bedenken hoe dit werk een soort pars pro toto is voor het oeuvre van Maria.

De precisie, de liefde, de verbeeldingskracht en de schoonheid van al haar werk weerspiegelen zich in de bladzijden van dit boekje. En als u straks het oeuvreboek hebt gekocht, zult u zien – voor zover de kenners dat nog niet wisten – dat al haar werk door die eigenschappen wordt gekenmerkt.

En dan dient zich – althans bij mij – een fascinerende tegenstelling aan, die dat misschien helemaal niet is, maar for he sake of the argument, neem ik even aan van wel.

Wie Maria en haar biografie kent, zou zich kunnen verbazen over de fijnmazigheid, misschien zelfs de onnadrukkelijkheid van haar werk. Een gesprek met haar gaat al snel over politiek, over de rol van kunst en kunstenaar in de samenleving over het bedroevend weinig geld dat we in dit land over hebben voor de verbeelding en over het onrecht van de wereld in het algemeen.
In zo’n gesprek zie je Maria’s onverschrokken moed en doorzettingsvermogen. Eigenschappen die je hard nodig hebt, ook in een land waar alles zo goed geregeld lijkt. Hebben jonge kunstenaars het na hun opleiding in het algemeen al niet eenvoudig om een beroepspraktijk op te bouwen, het wordt nog wel een stukje ingewikkelder als je de taal nog aan het leren bent en geen verblijfsvergunning hebt. Dan kan je alleen overleven door allerlei baantjes aan te pakken, je te laten bijscholen, zodat je les kunt gaan geven in het onderwijs – bij voorkeur aan kinderen in achterstandswijken.

En intussen aan het werk blijven, lang en intens aan het werk blijven.

In zijn prachtige biografische schets over Sjostakowitsj schrijft Julian Barnes:

“”De kunst is de fluistering van de geschiedenis die boven het tumult van de tijd uit is te horen.””

Preciezer zou ik het werk van Maria niet kunnen typeren. Het is niet het grote gebaar van installaties, vuistdikke verf op vele vierkante meters linnen of maatschappijkritiek in your face.

Zelfs in haar monumentale werk in opdracht, zoals bijvoorbeeld het talismankabinet voor het Ronald Macdonald huis uit 1998, vermijdt ze het grote gebaar en zoekt ze de compassie met de wereld in de precisie van haar beeldende kracht .

Of de interventie bij de kunstbeurs van Athene in 2010: een serie groenten en kruiden in potten op de trappen van het gebouw, met daarboven als een guirlande uitgeknipt de titel van het werk: Growing Hope - in mijn ogen de belangrijkste drijfveer voor haar kunstenaarschap.

Gefluisterde hoop die door het patina van de tijd alleen maar sterker en mooier zal worden.

Hé, daar ben je, zei Maria toen ze langskwam om het werk op te halen dat ze wilde fotograferen en het schilderijtje zag dat we in 1994 of daaromtrent van haar kochten. Ze tikte het voorzichtig even op de bovenkant aan en op dat moment begreep ik waarom een kunstenaar de behoefte voelt om haar werk te documenteren, zoals we kunnen zien in de Anthology.

Het is natuurlijk primair om een overzicht te produceren maar het is zeker ook om de behoefte het werk nog een keer vast te houden, te zien of er goed voor wordt gezorgd.

Zelf heeft ze er een dubbel gevoel over: enerzijds biedt zo’n monografie een goed beeld van haar kunstenaarschap maar anderzijds is reflecteren op haar eigen werk niet Maria’s grootste liefhebberij. Ik word gelukkiger, zegt ze, van dingen maken, niet per se van erop te reflecteren.

Het schilderijtje waarop Maria tikte is een klein kinderportret in verf op hout, een intrigerend, enigszins asymmetrisch gezicht van een kind dat de toeschouwer aankijkt. Sober van kleurstelling en met een grote impliciete zeggingskracht. Het portretje is geschilderd op triplex, links en rechts zijn twee paneeltjes gemonteerd, zwart geschilderd waarmee het beschilderde paneeltje in het midden kan worden afgesloten. Als je dat doet (“als je er even genoeg van hebt om naar te kijken”, zei Maria toen) hangt er een zwart vierkant aan de muur.

Het werk dateert uit 1994 en in de loop van de jaren begon ik na te denken over de vraag waarom ik het zo’n intrigerend vond.

In de late 14e eeuw ontstond de snelle opkomst van de triptiek, voornamelijk als een altaarstuk, waarvan niet alleen de voorkant(en) maar soms ook de achterzijden waren beschilderd. Een efficiënte manier om een verhaal te vertellen; als het stuk los in de ruimte staat heeft de schilder zes beelden om zijn verhaal te vertellen, zes beelden (en twee als de panelen gesloten worden getoond) die een samenhangend verhaal laten zien.

In Maria’s ‘triptiek’ van het kindergezicht is slechts 1 paneel geschilderd, de vijf andere zijn zwart. Open meet het werk 69x34 cm. Als de panelen gesloten zijn, hangt er een vierkant, zwart stuk hout van 34x34x5cm aan de muur. En dan ligt ineens een andere associatie voor de hand, namelijk met het suprematistische zwarte schilderij van Kazimir Malevitsj.

De 14e eeuw en Malevitsj, die samenkomen in een klein portret.  Langzaam dringt het mysterieuze van het schilderij zich op. Wat in eerste instantie een handreiking aan de beschouwer lijkt te zijn, is een opening naar de mystiek van de schilderkunst: hier hangt een kunstwerk dat de traditie van de 14e eeuwse picturale verteltraditie combineert met een van de belangrijkste vernieuwingen in de schilderkunst: het absolute nul, dat Malevitsj wilde bereiken. En de associatie gaat nog een laag dieper. Het "Zwart Vierkant" was bij de tentoonstelling in 1915 in St. Petersburg helemaal bovenaan in ‘de gouden hoek’ van de kamer geplaatst, waar Russen hun christelijke iconen ophangen.

Open de luiken van het schilderij van Maria Ikonomopoulou, kijk naar het kinderportret met de witte kanten kraag en je begrijpt wat ze heeft gemaakt: een prachtig icoon.

Ik heb overigens de luiken niet vaak dichtgedaan.

En dat, dames en heren, is nog maar een enkel voorbeeld van het moois dat in de prachtige Anthology te zien is.

Bij mij thuis komt hij te liggen naast de perpex standaard.

Dank voor uw aandacht.

Kees Weeda

8 maart 2020