Geert Mommersteeg / Openingstoespraak Paul Bogaers

16.10.2022

Tentoonstelling Encyclopedieën van Geert Mommersteeg bij walgenbach art & books, nov-dec 2022

Openingswoordje door Paul Bogaers, zondag 13 november 2022

Geachte aanwezigen!

Welkom op de opening van de tentoonstelling Encyclopedieën van Geert Mommersteeg.

U bent vanmiddag getuige van een tamelijk bijzondere en zeldzame gebeurtenis, namelijk de coming out van een kunstenaar in diens 67ste levensjaar.

Geert Mommersteeg is antropoloog, inmiddels in ruste, maar zijn hele leven is hij al geïnteresseerd in kunst. Hij bezocht altijd al tentoonstellingen, keek naar kunst, verzamelde kunst, verkeerde met kunstenaars, en vond zelfs een kunstenaar als partner.

Langs die weg heb ik Geert trouwens ook leren kennen, als de partner van Nan,  maar in de loop van de jaren is er ook persoonlijk een band tussen ons gegroeid. En terwijl ik hem langzaam beter leerde kennen, werd het mij ook steeds meer duidelijk dat zijn interesse in kunst niet louter werd ingegeven door het feit dat hij een relatie had met een kunstenaar. Het zat bij hem diep binnenin.

En tóch is het mij en ik denk wel bijna iedereen uit dit gezelschap ontgaan dat er ook iets anders aan de hand was. Er bleek bij Geert iets te smeulen onder het oppervlak. Iets te kruipen in zijn bloed waar het niet gaan kon. Zijn belangstelling voor kunst bleek toch niet louter passief, er moest wel degelijk iets uit.

Jaren lang blijkt hij zich periodiek en stelselmatig afgezonderd te hebben om zich in het geheim over te geven aan zijn scheppende neigingen. Afgezonderd in het bijna spreekwoordelijke zolderkamertje, waar de ongerepte en nog onontdekte kunstenaar zijn geheime oeuvre bij elkaar schildert – achteraf is het een wonder dat niemand zó lang iets vermoedde van de overrompelende waarheid. Maar ja, achteraf valt alles pas op zijn plaats, dat is altijd zo. Dat kamertje was gewoon zijn studeerkamer, en bovendien de plek waar hij ook zijn verzameling van naturalia beheert, dus wekte het bij niemand ooit argwaan dat hij zich daar van tijd tot tijd terugtrok. Zelfs Nan vermoedde niets.

Hoe nu precies de aap uit de mouw is gekomen, hoe Geert uit de kast is gekomen, dat weet ik niet precies. Ik weet alleen dat ik een half jaar geleden bij Kunstinstituut Melly Hans, onze gastheer hier, ontmoette, die mij in vertrouwen vertelde dat hij een tentoonstelling ging maken met werk van Geert Mommersteeg. Ik viel van mijn stoel. Ik wist het niet – maar zo bleek, niemand wist van het geheime beeldende werk van Geert Mommersteeg.

Wat Hans mij erover vertelde prikkelde mijn nieuwsgierigheid zó dat ik een afspraak met Geert heb proberen te maken. Dat ging op zich vlot want Geert is genereus en gastvrij. Ik was nog nooit in zijn Utrechtse woning geweest, maar – ik wilde dat werk wel eens zien..! Dat had echter nog wel wat voeten in aarde. Ik werd eerst opgehouden op de benedenverdieping, terwijl ik uit Hans’ beschrijving al wist dat ik tot de zolder moest zien door te dringen. Geduldig dronk ik een koffie, en daarna nog een. Toen gingen we naar boven, en even later kwam ik zowaar op het zolderdomein terecht. Hier zou het dus allemaal plaatsvinden, dit was Geert zijn Geheime Atelier… Maar geen spoor van werkzaamheden, zelfs een werkplek kon ik niet aantreffen. Ik wist uit de summiere beschrijving van Hans dat het zou moeten gaan om collages en ook schilderingen, en die zouden toch ergens gemaakt moeten worden, en er zou ook materialen en gereedschappen aanwezig moeten zijn. Maar ik kon in die hele ruimte niets vinden dat op scheppende arbeid zou kunnen wijzen.
Geert liet mij eerst zijn kunstcollectie zien, daarna uitgebreid zijn rariteitenkabinet met daarin een keur van zelf gevonden en verzamelde naturalia, zorgvuldig geordend gerubriceerd en gepresenteerd. Dat was al interessant genoeg, en ook zeer herkenbaar voor mij, want ik ben, net als Geert, ook zo’n verzamelaar. En toen gingen we weer naar beneden…

Ik moest nu echt gaan aandringen, anders stond ik straks, mijn nieuwsgierigheid onbevredigd, weer buiten. En inderdaad, na dat aandringen kwamen schoorvoetend de eerste werken op tafel. Eerst een serie collages waarvoor omslagen van het tijdschrift National Geographic als bronnenmateriaal hadden gediend, een serie die hier overigens niet te zien is. Vervolgens een hele uitgebreide reeks uit de ééndelige encyclopedie Alles wat U weten wil, een uitgave die ikzelf ook in mijn bezit heb. Ik was destijds gevallen op de prachtige titel die in groene letters op het natuurlinnen omslag prijkte. Alles wat U weten wil. Stel je voor: alles wat je weten wil, in één compact boekje..! Ikzelf had het binnenwerk eruit verwijderd en er een blanco dummy voor in de plaats gemonteerd, waarin ik contactdrukken van mijn foto’s kon onderbrengen. Maar Geert was juist gevallen voor de afbeeldingspagina’s in het boek, die hij als basis kon nemen voor heel precieze overschilderingen met geometrische figuren. Een soortgelijke serie, de pagina’s in dit geval afkomstig uit de Grote Winkler Prins encyclopedie, vormt in deze tentoonstelling fysiek gezien het grootste onderdeel. Vervolgens toonde hij mij enkele series met stapelingen, waarvan er hier twee te zien zijn: één met voorwerpen die gestapeld staan op de kast waarin ze zouden kunnen zijn opgeborgen, en een wondermooie serie met dieren die met zijn zessen bovenop elkaar zitten. De dieren zijn minutieus uitgeknipt en opgeplakt, maar ze zijn ook zó geordend dat ze ook in het echt op die manier de afgebeelde balanceeract zouden kunnen volbrengen.

Dit kenmerkt wel in het algemeen het werk van Geert Mommersteeg: de ongelooflijke precisie en zorgvuldigheid waarmee alle beelden zijn geconcipieerd en ook uitgevoerd. Bij Geert moet alles om te beginnen recht hangen, waterpas-recht, maar dat is ook echt maar het begin. Verbaast u zich maar eens over de perfectie waarmee de cirkels en ellipsen zijn geschilderd op de encyclopediepagina’s, en de bijna griezelig nauwkeurige wijze waarop de dieren in de andere genoemde serie zijn uitgeknipt en opgeplakt. Velen van ons zouden dat waarschijnlijk niet zo voor elkaar kunnen krijgen. Maar deze perfectie dient ook een doel, zij vormt een noodzakelijk onderdeel van de taak die Geert op zich heeft genomen in zijn werk. Het concept van iedere serie is namelijk zo precies dat de uitvoering daar niet bij achter kan blijven.

Het is tekenend voor Geert dat hij ook de omschrijving van de werken, de herkomst van de gebruikte afbeeldingen en zelfs de papiersoort waarop de collages zijn geplakt, nauwkeurig aangeeft. Alles doet ertoe in dit encyclopedische universum. Het is het universum van een verzamelaar, en aan het verzamelen ligt, zoals u weet, rubriceren en ordenen ten grondslag.

Ik kon aan het eind van de middag tevreden, mijn nieuwsgierigheid bevredigd, weer vertrekken. Maar ik wilde toch nog één ding weten: hoe kon het dat ik niets van een werktafel, een voorraad plaatjes, montagematerialen – om nog maar te zwijgen van rondslingerende probeersels of mislukte plaksels – had gezien in de ruimte die toch het atelier van een kunstenaar moest zijn..? Welnu, Geert bleek al zijn werken te maken aan een héél klein tafeltje, eigenlijk meer een plankje, dat na elke gedane arbeid weer helemaal werd opgeruimd en opgeborgen. Zó geheim, zó verborgen, zó bescheiden heeft Geert tot dusver gewerkt aan zijn werken dat het lange tijd niet eens de bedoeling was dat deze zijn zolderkamertje ooit zouden verlaten. Het is aan Hans Walgenbach te danken dat dit toch kon gebeuren.

Mijn oprechte wens is dat dit werk vanaf nu, vanaf deze middag, bij de officiële coming out van Geert Mommersteeg als beeldend kunstenaar, zijn plaats in de buitenwereld mag innemen die het toekomt. En Geert zelf wens ik nog vele nieuwe exploraties in tal van verschillende universa toe, die hopelijk weer tot weer nieuwe encyclopedische series zullen leiden.

Hierbij verklaar ik deze presentatie voor geopend!

 

Gerco de Ruijter & ‘book launch’ Footprint

23.08.2022

Boekpresentatie Footprint, Inleiding

walgenbach art & books, Rotterdam

Zondag 4 september 2022.

door Peter Delpeut

Twee weken geleden herlas ik mijn essay ‘De verleiding van het grid’ uit Grid Corrections voor de conferentie Correctionville, een conferentie over cartopology, cartopologie: de studie naar het menselijke verlangen de wereld in kaart te brengen en daar iets van te leren, of er gewoon plezier aan te beleven.
Het laatste hoofdstukje van ‘De verleiding van het grid’ ging tot mijn verbazing over ‘de verleidingen van Google Earth’.



Ik was het vergeten.
Nergens is het Amerikaanse grid, de kadastrale indeling van de VS in gelijke vierkanten van één mijl bij één mijl, zo verbluffend goed te zien als in Google Earth.



En het is dus ook niet zo vreemd dat Gerco daar op onderzoek uitging om het systeem van correcties te doorgronden.
Maar gaandeweg het ontstaan van het boek daarover ontstond er ook een fascinatie voor Google Earth zelf. En daar sluit Grid Corrections dan ook min of meer mee af, zonder dat we beseften dat daar het onderwerp voor een nieuw project lag.
Want als Footprint een ondertitel had gekregen, dan zou ‘Google Earth en de verwondering’ een optie zijn geweest.

Die verwondering kwam in een stroomversnelling toen Gerco mij plaatjes uit Google Earth stuurde met een soort ‘reuzentekeningen’ van vliegtuigen op het beton of asfalt van vliegvelden.
Het waren sjablonen die waren achtergebleven na het ontijzen van vliegtuigen. De-icing in het jargon van de luchtvaart. Vliegtuigen worden in de winter bespoten met een chemisch goedje, en als het vliegtuig vertrekt, blijft er een tekening van het vliegtuig achter.












































Na zo’n vondst van Gerco (want het begint altijd met een vondst van Gerco), gaan we pingpongen. We sturen elkaar per e-mail commentaar, opmerkingen, nieuwe plaatjes, Wikipedia-lemma’s of zelfs gedownloade boeken, meestal obscure uitgaven. Het is eigenlijk best opmerkelijk dat we pas in een heel laat stadium met elkaar gaan praten. Feitelijk doen we dat pas in het laatste stadium.
Onze e-mailwisseling zie ik als een vorm van wat tegenwoordig artistic research heet. Een term die voor ons goed de lading dekt, want het onderzoek is zeker niet wetenschappelijk, maar vertrekt vanuit verwondering en associaties -- het is een zoektocht naar hoe van die verwondering iets kan worden gemaakt dat als kunst kan doorgaan.

Voor Footprint kwamen daar een paar sessies bij met Frank van der Stok, de vrijzwevende curator, en iemand die nooit om een idee of vergezochte associatie verlegen zit. Gerco en ik waren nog niet zoveel verder dan dat we een catalogus van die vliegtuigsjablonen wilden maken, maar in de sessies met Frank werd snel duidelijk dat die vreemde vlekken ook vragen opriepen over Google Earth als kaart.
Gerco en ik konden daarna weer vooruit met onze pingpong mails.

*

Grofweg heeft een landkaart twee functies.
Het geeft de gebruiker houvast om van A naar B te gaan. Dat is de voor de hand liggende functie.
Maar het is ook ‘een plek’ om bij te mijmeren en te dromen. En ik zeg ‘plek’, omdat in mijn beleving je met je hoofd ‘boven’ een kaart moet hangen: kaart en hoofd  vormen een twee-eenheid. Dat is het beeld dat ik erbij heb.
In een landkaart bevinden die dromen zich in het wit tussen de streepjes en lijntjes en stippen en namen. De verbeelding, net als in goede poëzie, bevindt zich tussen de regels. Wat er te zien is, moet je zelf bedenken.
Google Earth heeft die leegtes ingevuld met fotografische precisie. Is het nog een kaart, kun je je afvragen. Op het eerste gezicht lijkt het te realistisch voor dromen en verbeelding. Er is geen wit tussen de streepjes.
Of zijn die vreemde vlekken die op vliegtuigen lijken misschien toch iets dat de gebruiker van Google Earth naar raadsels en dus verbeelding leidt?
En als Google Earth een landkaart is, wat zegt dat dan over hoe we voor Google Earth over landkaarten hebben gedacht? Raken we aan iets nieuws?

Ik ga u niet de antwoorden geven die we daarop vonden. Onder andere omdat die antwoorden veelal vragen waren. Nieuwe raadseltjes. Maar belangrijker, omdat Footprint als ‘boek’ de gebruiker ervan uitnodigt zelf te associëren en na te denken.
En daar begint ook meteen het eerste raadsel. Is dit een boek?

In een van onze sessies met Frank kwam al snel boven dat als we Google Earth als landkaart ter discussie wilden stellen, een verwijzing naar het oude idee van een kaart een prettige ironie zou oproepen.
Gerco kwam met zijn oude bromfietskaartje op de proppen – ooit reisde hij ermee naar een van de Waddeneilanden. Vormgever Hans Gremmen reageerde daarop met een haalbare oplossing. En in die vorm ontstond precies hoe het proces van pingpongen tussen Gerco en mij werkte.

    
                  















Footprint is vormgegeven als een kaart. Maar niet om eenvoudig je weg mee te vinden, maar om zelf het wit tussen de lijntjes op te vullen. Het is een ‘kaart’ die door het in- en uitvouwen een scala aan combinaties tussen beeld en tekst, en beeld en beeld oplevert.
Het is een dwaalkaart door de raadsels van kaarten, ironisch genoeg met materiaal uit de meest realistische aller kaarten: Google Earth.
Het levert ongevouwen en ongesneden ook een editie van twee Google Earth ‘kaarten’ op van zo’n acht vierkante kilometer Oklahoma, dat ongeveer samenvalt met Will Rogers World Airport van Oklahoma City.




Is het een kaart of een afbeelding? En hoe vinden we onze weg langs de lijnen die eruit zien als de contouren van tien vliegtuigen?
Of wat te denken van de andere kant van deze kaart, waarin op deze acht vierkante kilometer de lagen zijn afgegraven die Google Earth ervan verzamelde. Archeologie, geologie, tijd en ruimte in een onmogelijk samenzijn versmolten.



U hoort hopelijk in mijn verhaal dat het voor Gerco en mij heerlijk was om hieraan te werken en er in samenspraak met Frank van der Stok en Hans Gremmen een vorm voor te vinden. Hans is met FW:Books bovendien ook de uitgever.
We zijn ook dank verschuldigd aan  Het Rotterdamse Makersfonds Stichting Droom & Daad, Het Mondriaanfonds voor financiële ondersteuning, en Drukkerij Rob Stolk voor de ingebrachte expertise. En uiteraard ook Hans Walgenbach voor de gastvrijheid van deze presentatie.

Eerste exemplaar

Bij een boekpresentatie hoort ook iemand die het eerste exemplaar in ontvangst neemt.

We lieten ons oog vallen op Lex ter Braak.
Waarom?

Vorig jaar verscheen de eerste roman van Lex: Levensvormen (Van Oorschot, 2021). Ik las die roman met rode oortjes: het ging over landschappen, parken, kaarten, herinnering, geschiedenis en het belang van kunst in het leven. Allemaal onderwerpen waarover ik zelf ook graag schrijf.
Maar wat me vooral raakte in het boek was het onverholen pleidooi voor de conceptuele aspecten van kunst: kunst als een vorm van denkarbeid – zonder excuus, maar in volle overtuiging.
Precies wat we in Footprint in de praktijk proberen te brengen.
Voor Gerco kwam er nog een mooi persoonlijk detail bij.
In 1999 presenteerde Lex als directeur van de Vleeshal in Middelburg een tentoonstelling over drie landschapsfotografen: Elger Esser, Jan Koster en Gerco.
Gerco maakte toen nog foto’s met zijn vlieger. Nu verzamelt hij foto’s met de vlieger die Google Earth boven de wereld heeft hangen.
Op de uitnodiging prijkte een landschap van de zeventiende eeuwse schilder Philips Koninck. Mijn favoriete schilder van het Nederlandse landschap, die ook van bovenaf kijkt.
Verleden, heden en verwantschap – het komt allemaal samen bij Lex.
Daarom bieden wij hem met trots het eerste exemplaar aan van boek en editie aan.

In zijn dankwoord zei Lex dat toen hij de kaart helemaal openvouwde hij het idee had dat hij een landingsbaan voor de geest voor zich zag.... 

 

Footprint – Peter Delpeut & Gerco de Ruijter

productie en eindredactie – Frank van der Stok

vormgeving – Hans Gremmen

Uitgever – FW:Books

€. 27,50

 


opening tentoonstelling werk Gerco de Ruijter & ‘book launch’ Footprint

zondag 4 september 2022, 15:00 uur

korte inleiding
Peter Delpeut
het eerste exemplaar zal in ontvangst worden genomen door
Lex ter Braak
(beeldend kunstenaar, schrijver en voorheen directeur BKVB en Jan van Eyck Academie. Vorig jaar verscheen bij Van Oorschot zijn literaire debuut Levensvormen, een duizelingwekkende roman over kunst en leven.)

 

  • [beeld voorzijde]
    Losse, dubbelzijdige editieprint – met boek: € 150,- incl.
    Ingelijste (en opgeplakte) dubbelzijdige editieprint – met boek: € 300,- incl.
  • [beeld achterzijde]
    Losse, dubbelzijdige editieprint – met boek: € 150,- incl.
    Ingelijste (en opgeplakte) dubbelzijdige editieprint – met boek: € 300,- incl.

 

 

 

 

Home

01.07.2022

Walgenbach Art & Books is specialized in art books and organizes small exhibitions in the field of visual arts. Artists and art books, photography and the cultural life of Rotterdam are the focus areas of the shop.
Please contact info@walgenbach.nl for selling books that fall within the specializations of the shop.

 
Walgenbach Art & Books, Gouwstraat 15, 3082BA Rotterdam.  
Open: Friday, Saturday and Sunday from 13:00 – 17:00 h. and by appointment, tel. +31 6 393 11 695.

 

Cold Turkey Press;    Derrière le Miroir   Fw: books;   Hatje Cantz;   Hanuman Books;   Imschoot Uitgever;   Letter Edged Black Press Inc.:  MACK books;   Melly/Witte de With ;      Museum Boijmans Van Beuningen;     Point d’ironie, Agnes b.;     Publishing House Bébert;    Roma Publishers;    Scalo;   Stedelijk Museum Amsterdam;   Steidl;   Van Abbemuseum;    Van Zoetendaal Publishers:     Wendingen;     Walther König:   

 

BERT FRINGS – schilderijen

30.09.2000

Bert Frings – Schilderijen

Toen de wereld op slot ging, vonden we verlichting buiten in de natuur. Paadjes, bossen, oevers langs de Rotte, de wandelpaden in de woonwijken of het centrum van de stad, alles bekeken we met andere ogen. De vogels in de tuin, die zich nergens iets van aan leken te trekken, vlogen in en uit, op zoek naar een vetbolletje of een kruimeltje brood, en in het voorjaar kwamen de ganzen gewoon broeden, alsof er niets was gebeurd. Het buiten zijn deed ons goed, als afwisseling van het thuis leven en werken. Voor kunstenaar Bert Frings was het vele thuis zijn en de schetsen die hij daar maakte, de aanleiding voor een nieuwe reeks schilderijen in tempera. Hij keerde met zijn werk juist naar binnen. Naar de verstilling van het stilleven, geïnspireerd op vanitas schilderijen uit de zeventiende eeuw zoals van Ambrosius Bosschaert II, waarin de kijker wordt geconfronteerd met de eindigheid van het bestaan, maar ook de schoonheid daarvan. Hoe wrang is het, dat aan de vooravond van de opening van deze tentoonstelling in Walgenbach Art & Books, het kabinet opnieuw maatregelen aankondigde met als doel om contactmomenten te verminderen en het virus te remmen. Hierdoor kon de feestelijke opening van deze tentoonstelling en de presentatie van het eerste boek, niet doorgaan. Gelukkig blijven culturele instellingen en winkels wel open, en kunt u toch genieten van dit doorvoelde, nostalgische werk, waarin Frings teruggrijpt op gevonden voorwerpen en voorwerpen uit zijn jeugd. Een vervlogen tijd, van een glaasje Sinas op zaterdagavond, het spelen van de videogame Sonic the Hedgehog of kijken naar de eerste Jurassic Park film. Het antropomorfe egeltje Sonic redt in de videogame steeds opnieuw de wereld van een doorgedraaide professor en ook in Jurassic Park wordt de mensheid door eigen toedoen bedreigd. Deze thematiek van vreugde en dreiging, van leven en verval, tekent het recente werk van Frings. Het meest aandoenlijk zijn de schilderijen met de kauw Mickel die door een pigmentaandoening witte vlekken heeft, met op de voorgrond een dode vlieg. Hier ontmoet het leven het levenloze, in een stille aandacht voor het nu.

Sandra Kisters, Hoofd collectie en onderzoek, Museum Boijmans Van Beuningen

 

Bert Frings – Paintings

When the world shut down, we found relief outside in nature. Paths, forests, banks along the Rotte, the walking paths in the residential areas or the center of the city, we looked at everything with different eyes. The birds in the garden, who didn't seem to care, flew in and out, looking for a ball of fat or a crumb of bread, and in the spring the geese just came to nest, as if nothing had happened. Being outside did us good, as a change from living and working at home. For artist Bert Frings, being at home a lot and the sketches he made there gave rise to a new series of paintings in tempera. He just turned inward with his work. To the still life of the still life, inspired by vanitas paintings from the seventeenth century such as Ambrosius Bosschaert II, in which the viewer is confronted with the finiteness of existence, but also its beauty. How sour it is that on the eve of the opening of this exhibition in Walgenbach Art & Books, the cabinet again announced measures with the aim of reducing contact moments and inhibiting the virus. As a result, the festive opening of this exhibition and the presentation of the first book could not take place. Fortunately, cultural institutions and shops will remain open, and you can still enjoy this heartfelt, nostalgic work, in which Frings harks back to found objects and objects from his youth. A time gone by, from a glass of orange on Saturday night, playing the video game Sonic the Hedgehog or watching the first Jurassic Park movie. In the video game, the anthropomorphic hedgehog Sonic saves the world from a mad professor time and again, and in Jurassic Park, too, humanity is threatened by its own actions. This theme of joy and threat, of life and decay, characterizes Frings' recent work. The most touching are the paintings with the jackdaw Mickel, who has white spots due to a pigment disorder, with a dead fly in the foreground. Here life meets the lifeless, in a silent attention to the now

Sandra Kisters, Head of collection and research, Museum Boijmans Van Beuningen

 

 

 

Ralph van Meijgaard

08.09.2000

Woorden voor Ralph

De biografie als lopende band

Drie weken geleden was ik op atelierbezoek bij Ralph, die toen al een hele tijd bezig was met het werk dat nu hier hangt – de tentoonstelling herhaling en verhouding. Het zijn een heleboel werken, een reeks, een overzicht?

Er zit zoveel verhouding in het werk, dat ik dat niet zo een twee drie uit de losse pols kan vertellen – dus ik moet het voorlezen:

Het atelierbezoek:

Ralph heeft een wonderlijk leeg atelier, veel wit, opgeruimd. Het schilders- verleden, de oudere werken, zitten opgeborgen in een speciaal gebouwd hok, de opslag.

Alleen in het midden van het atelier ligt een grote hoop losse stukken papier. Het is een behoorlijke stapel: Kalkpapier met potloodlijnen erop, grids in verschillende maatvoeringen, stencils waarin ik de vormen uit de schilderijen terug zie als losse elementen in alle maten. De potloodlijnen zijn soms vele malen over elkaar heen getrokken.

Ralph noemt het zijn externe geheugen.

Dus, daar liggen de bouwplannen van Ralph’s schilderijen door de jaren heen, klaar voor hergebruik. Mij komen ze voor als de blauwpauzen van een enorm apparaat die nog geconstrueerd moet worden.

Het werk dat we hier zien is vooral nieuw, recent ontwikkeld voor deze setting, maar er zitten ook oudere werkjes tussen. Dus we zien een soort oeuvretentoonstelling, samengevat tot één beeld.

Ralph bouwt gestaag aan zijn oeuvre – dat is het apparaat dat geconstrueerd wordt – of, dat oeuvre bouwt zich eigenlijk zelf in itererende bewegingen. De omschrijving die Ralph gebruikt voor de ontwikkeling in zijn werk:

Je komt uit op dingen die je mogelijk maakt.

Het past bij de rustige nuchterheid van de kunstenaar: hij vat het vriendelijker wijze alvast een beetje samen, zijn denkwereld, tot een overzichtelijk geheel in een geordende constructie.

Die denkwereld – en het visuele gevolg ervan dat hier aan de muur hangt – probeer ik sinds drie weken een beetje te duiden. Zo een atelierbezoek heeft namelijk gevolgen. Het werk is in mijn hoofd en terwijl het leven door gaat mengt het werk zich als het ware in mijn waarnemingen. 

Om een beetje te illustreren wat ik bedoel: Afgelopen week was een documentaire te zien bij tegenlicht ‘HOW TO HANDLE CHAOS’. Daarin werd de neurowetenschapper Anil Seth geïnterviewd.

Hij zegt dat zien, gewoon het zintuigelijke zien, een proces van voortdurende constructie is. We interpreteren wat we zien en het brein maakt er een soort Best Guess van. Dan zien we hem in een tentoonstelling zitten en hij zegt dat het werk dat hij hier ziet in zijn brein doorwerkt en dat hij bijna alles, dat hem bezig houdt erin onder kan brengen.

Ook het werk van Ralph lijkt de eigenschap te hebben zich met van alles te kunnen verbinden.

Ik heb even – in overleg met de kunstenaar – voorgesorteerd wat er zoal te zien is:

roltrappen

roltrappen als groeivorm tak en arm

de wasstraat

de abstracte wasstraat het reuzenrad

en reuzenrad zonder rad met en zonder mensen of is het een klok

een klok van mensen een tandwiel

(rol)stoel en (rol)bed of schavot zittende figuren, genderneutraal een zittend figuur met detail veel rondjes

als rolletje, als hoofd, als stip, als zon, als gat, als spiegel of wensput of negatieve wensput

als atoom in het atomaire ijsje in herhaling en als projectie

op voorgronden of achtergronden

twee mannen die naar de horizon kijken de horizon als streeppatroon

van de ondergaande zon

strepen, of zijn het uitgerekte stippen plattegrond van de gates op Schiphol

en de geboorte van het orakel of iets ezelachtigs een kano

kano’s in de bioscoop

een scherm

een toetsenbord of patroon patronen en clusters

beige

grijs grijs grijs

wit zwart geel rood blauw

ik lees dit expres heel snel op, zodat je het niet kan onthouden of niet begint te zoeken of het klopt of zoiets.. Ik wil niet het kijken invullen alsof het een zoekplaatje is. Je kan het beter weer vergeten.

Wat we zien zijn een soort pictogrammen. Deze pictogrammen komen voort uit concrete verhalen in het leven van de kunstenaar, autobiografische pictogrammen dus.

Om een voorbeeld te geven wil ik één van de verhalen vertellen, die ik heel opmerkelijk vond. Ralph vertelde het in het atelier Het gaat over een van de oudere doeken in de reeks, dat met de kano’s.

Vroeger, in de jaren 90, had je op de westersingel de Consul, een eetcafé waar ook filmvertoningen waren. Ik ken dat ook nog. Tijdens een van de avonden werd een Afrikaanse film vertoont. Na afloop zag hij een stuk 16mm film uit het filmblik steken en heeft die in zijn jaszak gestoken. Veel later vond hij dat stukje film terug in die jaszak. Het was een scene waarin een vrouw (of moeder) iets voorovergebogen over een grote ronde bak met water een   paar kinderen een zeilscheepje in het midden van de bak aan wees.

De filmbeelden herhalen natuurlijk de scene, dus er was een hele lange rij bakken en bootjes en figuren in een houding te zien. Dat gaf hem het idee van de helpende beelden. Beelden die elkaar helpen om een beeld te zijn als je zo wil? Het zeilbootje werd een kano en dan een gekapseisde kano of een vorm die op een toetsenbord lijkt…

De rij kano’s is hier terug in een bioscoop op een scherm op de achtergrond en omgedraaid in de onderste helft (de zaal): beeld een publiek tegelijkertijd. De herinnering als film. Deze kano’s, als we ze dan als zodanig herkennen, zijn heel veel dingen. Een mooi voorbeeld om aan te tonen dat zien een constructie is.

Dus, in het beeld gaat het niet om de voorwerpen zelf, maar om ‘helpende voorwerpen’ die elkaar naar een andere hoedanigheid helpen. Ze zijn uiterst hybride. Ze vloeien in elkaar, overlappen en evolueren – soms zelfs over de suggestie van twee doeken heen, zoals de grote roltrap-arm-cactus over twee kleurvlakken. Alles is in beweging in een grote voortschrijdende metamorfose – een soort tanta rei?

Vereenvoudigt tot een teken komen ze mij voor als reserveonderdelen voor een lopende band die zichzelf steeds opnieuw construeert. Elk afzonderlijk beeld is helder en leesbaar:

duidelijkheid die zich toch aan duiding onttrekt. De figuratieve kant van het werk is tegelijkertijd icoon (of icoontje) en orakel.

Het Orakel spreekt in rijmen en in raadsels en het wijst de weg in de toekomst.

De schilderijen vormen een tijdlijn die voor en achteruit beweegt, waarin losjes herinneringen verwerkt zijn. Momenten die zich op soms onnavolgbare wijze in het geheugen genesteld hebben en daar een plek opeisen. Het systematiseren van deze betekenisvolle toevalligheden komt me voor als of op de achterwand van het brein de projecties van ervaringen een nieuwe diashow in elkaar zetten van licht en schaduw, overlappingen en dubbele projecties inclusief de kleurafwijking en dubbelbelichting die in projecties op kan treden.

De kunstenaar observeert en ordent, herschikt en vervormt, het een komt van het ander. Het werk , stuwt zich als het ware zelf voort – de schilder is de voorman van het tand(wiel) des tijds.

Want, na alles wat je erover kan zeggen zijn het toch ook vooral schilderijen wat we zien. Schilderijen, die zich ervan bewust zijn wat ze doen met de waarneming van de kijker en van hun rol in de schilderkunst. Het kijken is telkens een avontuur, met zachte maar onverbiddelijke hand gestuurd door gelaagdheid, kleur en compositie. De vorm wordt een eigen betekenislaag.

Omdat ik bij het zien van Ralph’s werk (behalve aan Oskar Schlemmer en Purno de Purno) aan Alex Katz moet denken heb ik wat onderzoek naar hem gedaan en kom in en interview de volgende uitspraak tegen: Katz zegt over zijn werk

‘de grammatica is abstract en het beeld is figuratief’.

Ralph werkt zijn grammatica helemaal open met hulp van de figuratie. Helpende vormen!

En toen ontdekte ik ook – want zo gaat dat met het google=algoritme – er verschijnen allemaal oneigenlijke verbanden –

de Menukaart van Restaurant Katz Orange in Berlin

en sinds je ook nog een leven heb als kok en zodoende een  “helpende  vorm” bent in de context van een project over sociale cohesie op zuid, heb ik hier de menukaart als inspiratie voor jou. Ze noemen zichzelf foodlab, trouwens.

En nu even nog een keer Alex Katz:

The surface is what the whole thing is!

Het oppervlak van de dingen en het oppervlak van het doek, dat nauwelijks sporen van de maker toont. Het is een neutrale wereld, die ondersteunt wordt door de kleuren, die voor het grootste gedeelte rondom grijs en beige liggen – beige is het goud van de kleine man, zegt Ralph.

Hij houdt niet van felle kleuren. (en daar sta ik dan in mijn oranje jasje)

De serie is door kleur en compositie in balans gebracht. Helpende kleuren, helpende vormen.

Het moet wel een beetje democratisch zijn, zegt Ralph daarover..

En ineens spreken we in termen van menselijke verhoudingen.

Is hier een ideaal ontworpen? Ik ben zeker dat Ralph het liever wat bescheidener gaat houden?

Wat me in ieder geval raakt in het werk, is de schilderkunstige verfijning die in deze stripachtige vormentaal en speelse grammatica een plaats krijgt.

Want de schilder weet – je kan van alles bedenken, maar het moet zich ook voordoen: Als beeld. Eenmaal beeld geworden is de mogelijke betekenis alleen gelaten, misschien zelfs achterwege gelaten.

Het is wat we zien en hoe we dat met onze zintuigen kunnen lezen en ervaren, om dan – wel of niet ondersteunt door kennis of ervaring – de constructie van de werkelijkheid in gang te zetten.

Het werk biedt de kijker daartoe een systeem aan.

Deze beelden kunnen heel goed alleen zijn, zonder hun maker en zelf zonder elkaar. Ze hebben de uitstraling van een icoon. Ook al zijn ze hier met z’n allen, en tonen ze hun onderlinge verband.

(Hoe zit dat Ralph, kan men ze ook apart kopen?)

Het beeld blijft wat het is – onder alle omstandigheden: uitgewogen.

Ik zie hier de kracht en de noodzaak van de abstractie. Met het loslaten van de anekdote (ook al is die telkens aanleiding voor het beeld) komt een groter verhaal naar voren. Het verhaal dat samenhang en toekomst schetst.

We hebben het abstracte nodig.

Om de wereld te bevatten en om ze te verdragen.

En omdat het denken aan je werk maar door gaat, heb ik hier nog zo een vondst (gisteren in Den Haag, postkaart van een vliegveld) dat ik je even cadeau wil geven – kunnen we toch nog kijken of dat een beetje klopt met de plattegrond van de gates van Schiphol.

Dagmar Baumann, zelf ook schilder, Oktober 2019, Rotterdam

Corrie Brands

04.05.2000

Ik heb een behoefte ritueel te verzamelen, te ordenen en vorm te geven aan materiaal.  
Een materiaal boeit me door vorm, structuur, kleur of geur en door de plaats die het in de ruimte inneemt. 
Door die eigenschappen op me te laten inwerken, ontstaat er een idee voor een specifieke handeling.  Meestal een repeterende en eenvoudige, die leidt tot een beeld met een niet voorspelbare structuur en vorm. Het is een poging door te dringen in de aard van de dingen door materialen voor zichzelf te laten spreken. 

Www.corriebrands.com

   

www.corriebrands.com