Ine Lamers ‘Remote Sensing’, 29-08 to 27-09-2020 (English)

01.08.2020

PAY ATTENTION:
No opening due to the corona virus.
The exhibition can be visited by appointment on
Friday, Saturday and Sunday from 1 pm to 5 pm.

 

Remote Sensing is a series of photo works with "unlikely" landscapes and montages. Maybe this is our planet, but there's a possibility it is not...
For a month I stayed and worked on Hrisey Island in Northern Iceland, recording the mountain ranges east and west along the Eyafjordur fjord. The same mountains and troughs were photographed several times from selected viewpoints and under varying lighting conditions. This was with the intention of collecting material for making landscape montages.

The different shots were then 'blended' in my studio, and mountains and coasts were pushed in and over each other to create new landscapes. I worked intuitively.
The resulting images explore processes of geomorphology and refer to constant movement, including those below the Earth's surface; they refer to sea level rise, glacier formation, and to unforeseen mountain convergence. These processes have solidified in the individual images.
Migrating mountains and floods allude to the earth as a place of unprecedented natural forces, while the images evoke associations with landscapes in a future.

Ine Lamers, 11 -8-2020

‘Remote Sensing’ was kindly supported by Mondriaan Fund and Fonds Kwadraat.

 

Ine Lamers, ‘Remote Sensing’, 29-08 to 27-09-2020 (Dutch)

01.08.2020

LET OP:
In verband met het coronavirus geen opening.
De tentoonstelling kan na afspraak worden bezocht  op
vrijdag, zaterdag en zondag van 13 -17 uur .

 

 

Remote Sensing is een serie fotowerken met ‘onwaarschijnlijke‘  landschappen en montages.  Misschien is dit onze planeet, maar er is een mogelijkheid dat dat niet zo is..
Een maand lang verbleef en werkte ik op het eiland Hrisey in Noord-IJsland en legde ik de bergketens oost en west langs de fjord Eyafjordur vast. Vanaf geselecteerde standpunten en onder variërende lichtomstandigheden werden dezelfde bergen en troggen meermaals gefotografeerd.  Dit was met de bedoeling om materiaal te verzamelen voor het maken van landschapsmontages.

De verschillende opnames werden daarna in mijn studio ‘geblend’, -vergelijkbaar met een dubbele dia projectie-, en bergen en kusten werden in en over elkaar geschoven tot nieuwe landschappen.  Ik ging intuïtief te werk.
De beelden verkennen processen van geomorfologie en verwijzen naar constante beweging, ook onder het aardoppervlak, naar stijging van zeespiegel, gletsjer vorming, en naar onvoorziene samenkomsten van bergen. In de afzonderlijke beelden is het proces gestold.
Migrerende bergen en overstromingen zinspelen op de aarde als plek van ongekende natuurlijke krachten en roepen associaties op met landschappen in een toekomst.

Ine Lamers, 11-8-2020

Remote Sensing is tot stand gekomen met ondersteuning van Mondriaan Fonds en Fonds Kwadraat.

 

Speech Kees Weeda voor Maria Ikonomopoulou 8-3-’20

17.02.2020

Lieve Maria, geachte dames en heren,

Op mijn werktafel thuis staat een standaard, zo’n mooie perspex standaard die je in de betere boekwinkels ziet. In die standaard staat een boek, een onleesbaar boek, waar ik toch veel in lees. De pagina’s staan vol lijntjes, streepjes, puntjes, maar die vormen geen letters. En toch lees ik erin.

Zelfs voor een groep mensen voor wie metaforen en paradoxen dagelijkse kost zijn, moet ik dat waarschijnlijk wel even uitleggen.

Het boekje dat eigenlijk meer de omvang heeft van een brochure is gemaakt door twee kunstenaars: Maria Ikonomopoulou en Anastasia Mina. Ieder maakte 6 tekeningen en 1 maakten ze samen. Het heeft twee voorkanten en geen achterkant: als je het werk van de ene kunstenaar hebt bekeken, moet je het boekje omdraaien om de bijdrage van de ander te zien. Of doorbladeren maar dan zie je een helft van het boekje op zijn kop.

Wat tegelijkertijd op subtiele wijze de kwestie van onder- en bovenkant in abstracte kunst aan de orde stelt….

Het is geproduceerd op Moleskin Folia zuurvrij 100 grams papier. De omslag is van het beste Engelse aquarelkarton van Saunders Waterford, 4-zijdig verlijmd, 300 grams, zuurvrij en verouderingsbestendig.

(Dit om u een beeld te geven)

Het heet ‘syn[chrono]sides – met twee haken rondom het woorddeel chrono. Ik kocht het in 2014.

Hoe kun je lezen in een boek waarin geen letters staan.

Je kunt er alleen in kijken, zou je zeggen en in de eerste jaren dat ik het werk had, deed ik dat ook.

Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik anders naar de pagina’s ging kijken: ik begon ze te lezen. (Lezen en voelen want er zitten pagina’s tussen die als een brailleschrift alleen kleine puntjes bevatten.)

En toen ‘las’ ik het verhaal van Maria.

Toegegeven, ik heb wel enige voorkennis, maar dan nog, is het fascinerend om te bedenken hoe dit werk een soort pars pro toto is voor het oeuvre van Maria.

De precisie, de liefde, de verbeeldingskracht en de schoonheid van al haar werk weerspiegelen zich in de bladzijden van dit boekje. En als u straks het oeuvreboek hebt gekocht, zult u zien – voor zover de kenners dat nog niet wisten – dat al haar werk door die eigenschappen wordt gekenmerkt.

En dan dient zich – althans bij mij – een fascinerende tegenstelling aan, die dat misschien helemaal niet is, maar for he sake of the argument, neem ik even aan van wel.

Wie Maria en haar biografie kent, zou zich kunnen verbazen over de fijnmazigheid, misschien zelfs de onnadrukkelijkheid van haar werk. Een gesprek met haar gaat al snel over politiek, over de rol van kunst en kunstenaar in de samenleving over het bedroevend weinig geld dat we in dit land over hebben voor de verbeelding en over het onrecht van de wereld in het algemeen.
In zo’n gesprek zie je Maria’s onverschrokken moed en doorzettingsvermogen. Eigenschappen die je hard nodig hebt, ook in een land waar alles zo goed geregeld lijkt. Hebben jonge kunstenaars het na hun opleiding in het algemeen al niet eenvoudig om een beroepspraktijk op te bouwen, het wordt nog wel een stukje ingewikkelder als je de taal nog aan het leren bent en geen verblijfsvergunning hebt. Dan kan je alleen overleven door allerlei baantjes aan te pakken, je te laten bijscholen, zodat je les kunt gaan geven in het onderwijs – bij voorkeur aan kinderen in achterstandswijken.

En intussen aan het werk blijven, lang en intens aan het werk blijven.

In zijn prachtige biografische schets over Sjostakowitsj schrijft Julian Barnes:

“”De kunst is de fluistering van de geschiedenis die boven het tumult van de tijd uit is te horen.””

Preciezer zou ik het werk van Maria niet kunnen typeren. Het is niet het grote gebaar van installaties, vuistdikke verf op vele vierkante meters linnen of maatschappijkritiek in your face.

Zelfs in haar monumentale werk in opdracht, zoals bijvoorbeeld het talismankabinet voor het Ronald Macdonald huis uit 1998, vermijdt ze het grote gebaar en zoekt ze de compassie met de wereld in de precisie van haar beeldende kracht .

Of de interventie bij de kunstbeurs van Athene in 2010: een serie groenten en kruiden in potten op de trappen van het gebouw, met daarboven als een guirlande uitgeknipt de titel van het werk: Growing Hope - in mijn ogen de belangrijkste drijfveer voor haar kunstenaarschap.

Gefluisterde hoop die door het patina van de tijd alleen maar sterker en mooier zal worden.

Hé, daar ben je, zei Maria toen ze langskwam om het werk op te halen dat ze wilde fotograferen en het schilderijtje zag dat we in 1994 of daaromtrent van haar kochten. Ze tikte het voorzichtig even op de bovenkant aan en op dat moment begreep ik waarom een kunstenaar de behoefte voelt om haar werk te documenteren, zoals we kunnen zien in de Anthology.

Het is natuurlijk primair om een overzicht te produceren maar het is zeker ook om de behoefte het werk nog een keer vast te houden, te zien of er goed voor wordt gezorgd.

Zelf heeft ze er een dubbel gevoel over: enerzijds biedt zo’n monografie een goed beeld van haar kunstenaarschap maar anderzijds is reflecteren op haar eigen werk niet Maria’s grootste liefhebberij. Ik word gelukkiger, zegt ze, van dingen maken, niet per se van erop te reflecteren.

Het schilderijtje waarop Maria tikte is een klein kinderportret in verf op hout, een intrigerend, enigszins asymmetrisch gezicht van een kind dat de toeschouwer aankijkt. Sober van kleurstelling en met een grote impliciete zeggingskracht. Het portretje is geschilderd op triplex, links en rechts zijn twee paneeltjes gemonteerd, zwart geschilderd waarmee het beschilderde paneeltje in het midden kan worden afgesloten. Als je dat doet (“als je er even genoeg van hebt om naar te kijken”, zei Maria toen) hangt er een zwart vierkant aan de muur.

Het werk dateert uit 1994 en in de loop van de jaren begon ik na te denken over de vraag waarom ik het zo’n intrigerend vond.

In de late 14e eeuw ontstond de snelle opkomst van de triptiek, voornamelijk als een altaarstuk, waarvan niet alleen de voorkant(en) maar soms ook de achterzijden waren beschilderd. Een efficiënte manier om een verhaal te vertellen; als het stuk los in de ruimte staat heeft de schilder zes beelden om zijn verhaal te vertellen, zes beelden (en twee als de panelen gesloten worden getoond) die een samenhangend verhaal laten zien.

In Maria’s ‘triptiek’ van het kindergezicht is slechts 1 paneel geschilderd, de vijf andere zijn zwart. Open meet het werk 69x34 cm. Als de panelen gesloten zijn, hangt er een vierkant, zwart stuk hout van 34x34x5cm aan de muur. En dan ligt ineens een andere associatie voor de hand, namelijk met het suprematistische zwarte schilderij van Kazimir Malevitsj.

De 14e eeuw en Malevitsj, die samenkomen in een klein portret.  Langzaam dringt het mysterieuze van het schilderij zich op. Wat in eerste instantie een handreiking aan de beschouwer lijkt te zijn, is een opening naar de mystiek van de schilderkunst: hier hangt een kunstwerk dat de traditie van de 14e eeuwse picturale verteltraditie combineert met een van de belangrijkste vernieuwingen in de schilderkunst: het absolute nul, dat Malevitsj wilde bereiken. En de associatie gaat nog een laag dieper. Het "Zwart Vierkant" was bij de tentoonstelling in 1915 in St. Petersburg helemaal bovenaan in ‘de gouden hoek’ van de kamer geplaatst, waar Russen hun christelijke iconen ophangen.

Open de luiken van het schilderij van Maria Ikonomopoulou, kijk naar het kinderportret met de witte kanten kraag en je begrijpt wat ze heeft gemaakt: een prachtig icoon.

Ik heb overigens de luiken niet vaak dichtgedaan.

En dat, dames en heren, is nog maar een enkel voorbeeld van het moois dat in de prachtige Anthology te zien is.

Bij mij thuis komt hij te liggen naast de perpex standaard.

Dank voor uw aandacht.

Kees Weeda

8 maart 2020


Opening speech, Elbrig de Groot , exhibition Wim Gijzen 15-12-2019

07.12.2019

Lieve Wim en Jeanette,

Het is vreemd, Wim, óver je spreken in het openbaar. We kennen elkaar bijna veertig jaar en  hebben heel vaak m
ét elkaar gesproken.  Je zegt nu eenmaal graag wat terug, maar dat komt nog wel.
We hadden vaak hilarische, mooie en heftige gesprekken. Over kunst, de kunstwereld.
En over kijken.  En over taal en kijken.
Verder kijken dan je neus lang is.
In de presentatie Horizon taal  laat je  zien wat dat betekent .
We zien 10 recente tekeningen, landschappen, portretten, die met elkaar verbonden zijn door de horizon.
Wat is de horizon?
Iedereen weet wat je ermee bedoelt. Je ziet hem, gebruikt hem als richtpunt, maar hij verschuift als je denkt dichterbij te komen. De serie tekeningen houden de horizon vast, maar die is tegelijkertijd ongrijpbaar.
Het zijn allemaal kwesties, die typerend zijn voor Wim.
Tekeningen met portretten, stillevens, landschap, met horizon. Het zijn bekende thema’s. Wim raakt er niet op uitgekeken: steeds zoekt hij de verhouding met de omgeving.
Wat is de werkelijkheid?  Wat zie ik ? En vooral waar ben ik?
Hij verwondert zich over de vanzelfsprekendheid van de dingen.
Alles lijkt wat het is, maar die eenduidige manier van kijken ontregelt Wim  graag.  Net even een slagje draaien, een kwartslag of een kwinkslag , een  andere invalshoek.
Bijvoorbeeld locaties verwisselen. Spiegelbeelden.
De wereld op zijn kop zetten.  Het geeft veel nieuwe inzichten.
Dat vond Weissenbruch al.  In een interview uit 1901 legt de Haagse Schoolschilder uit waarom hij zijn aquarellen kriskras over de vloer van zijn atelier verspreidt. Zo kan hij ze van alle kanten beoordelen.  Juist ook op zijn kop, want zo kon hij zien of de compositie klopte.
Kijken verandert in de loop van de tijd.  Kijken is eigenlijk een werkwoord.
Het herinnert me aan mijn eerste colleges  kunstgeschiedenis van Professor Horst Gerson, de Rembrandtkenner. Bekend en berucht om zijn Rembrandttoeschrijvingen. Hij ging regelmatig op zijn hoofd staan voor een Rembrandt, zelfs in een museumzaal .
Hij heeft me kijken geleerd.
‘Beschrijf maar een schilderij zo precies mogelijk’. En natuurlijk zagen we maar een fractie van wat er werkelijk allemaal te zien was.
Ik kijk heel graag mee met Wim.
Hij heeft een scherpe blik op alles. En weet dat te verbeelden in werk, dat altijd weer verrast.
Wim werd, naar eigen zeggen, niet gehinderd door een academieopleiding.  Hij heeft er een paar technieken geleerd. Maar er waren veel meer mogelijkheden om zijn verhaal, zijn beeldtaal vorm te geven en daarmee sloot hij prima aan bij de tijdgeest van de jaren 60 en 70.
Een spannende inspirerende tijd.
Toen ik uiteindelijk tijdens mijn studie van de 17e eeuw naar eigentijdse kunst overstapte, kon het verschil niet groter zijn, dacht ik toen.
De nieuwe docent Wim Beeren liet ons kennismaken met een totaal andere wereld, de wereld van de conceptkunst. We wisten heel vaak niet wat we zagen, maar bleven intens nieuwsgierig.
De Dokumenta van 1972 was een verpletterende ervaring.  De verflucht was weggewaaid uit het atelier. Het materiaal was overal, lag buiten om de hoek, in de directe omgeving of in het landschap te wachten.
Tijdens de 9e Biënnale in Parijs, 1975 viel me al een werk van Wim op. Een kleurige landkaart van Nederland, waar vast iets mis mee was. Ik heb er een dia van, maar die zoek ik al jaren.  Diezelfde excursie zag ik een tentoonstelling van Marcel Broodthaers en was zo ondersteboven, dat we bijna de trein misten. Zulke indrukken vergeet je niet. Weer een andere manier van kijken.
Wim sloot zich moeiteloos aan bij de internationale ontwikkelingen. Naast schilderijen, tekeningen en ruimtelijk werk in allerlei materialen, legde hij projecten vast in foto en film.
Hij reisde in 1972 met Jeanette langs 863 Nederlandse gemeenten en registreerde elke gemeente volgens een vast patroon: een foto van het plaatsnaambord, idem met Wim ervoor, hij kocht een ansichtkaart in de plaatselijke tabakswinkel en stuurde deze naar de Rotterdamse Kunststichting. Elke gemeente werd steeds op deze manier gedocumenteerd.  Enkele jaren geleden was een gedigitaliseerde versie van het immense werk op verschillende plaatsen te zien en bleek ook nog eens een cultuurhistorische dimensie te krijgen. Kijken verandert inderdaad in de loop van de tijd. Het werk is opgenomen in de collectie Verbeke, die het project ook in boekvorm uitgaf.
Het zou geweldig zijn om dit werk nog eens over Nederland te verspreiden in het huidig aantal gemeenten (ca. 300) met al die  fantasierijke namen, waarachter de oorspronkelijke gemeenten schuilgaan.
Het project is een voorbeeld van kijken, reizen volgens een vast systeem en daarvan beeldend verslag doen. Allemaal volgens de ordenende verbeelding van de conceptkunst.
Nog steeds fascineert het kunstenaars de omgeving in foto’s en films op deze manier te registreren. Opeens werd zelfs bijna letterlijk het project van Wim opnieuw uitgevonden en de betreffende kunstenaar kwam breeduit in de publiciteit. Soms mis je wel eens de historische context in de journalistiek.
In de jaren 60 en 70 zijn er door beeldend kunstenaars heel veel korte filmpjes gemaakt, die vooral via de nieuwe media een veel groter bereik hebben.  En daardoor steeds opnieuw ontdekt worden.
Op initiatief van de Rotterdamse Kunststichting was rond 1970 een videostudio gevestigd in het Lijnbaancentrum: een belangrijke stimulans voor Rotterdamse kunstenaars om te werken met het toen nog prille medium video.
Gelukkig meestal op tijd zijn de in Nederland gemaakte (video)films geconserveerd en gedigitaliseerd. Ze worden beheerd door LIMA in Amsterdam. Bovendien wordt daar veel onderzoek gedaan.
Zo zijn er 6 films van Wim beschikbaar. Ze gaan vaak over lokale verwarringen.  Zoals de verwisseling van plaatsnaamborden Den Haag voor Rotterdam bij de Euromast.  De Coolsingel (in spiegelbeeld).
Al deze voorbeelden zijn hier ook te zien.
Dat is zo aardig, dat Hans het allemaal hier in de kast heeft. De filmpjes worden overigens alleen vandaag getoond.
Het bekendste werk van Wim was zijn voorstel voor de manifestatie C’70 om het Schouwburgplein te veranderen in een wei met koeien.  Ik denk, dat de meeste aanwezigen dit plan kennen of in ieder geval de ansichtkaart, die Wim in grote oplage liet maken.
Het idee werd een aantal jaren geleden opnieuw opgepakt om het plan van Wim alsnog uit te voeren.  De foto van de ansichtkaart verscheen in de media en je kon natuurlijk niet zien, dat het een foto van een fotocollage op een ansichtkaart was. Sommige enthousiaste mensen vertelden, dat ze geweldige herinneringen hadden aan de weide met het vee midden in de stad.
Wim heeft er een mooie lezing over gehouden, die in boekvorm is verschenen en dat boekje ligt hier ook.  Het Schouwburgplein       heeft nu trouwens toch een (kunst)grasmat.

Terug naar de tekeningen. Ze zijn de rode draad in zijn oeuvre. Onderwerpen gaan en komen weer terug. Tekeningen zijn voor Wim vaak verkenningen van ideeën.  Soms spelen associaties mee en verandert een landschap in abstracte vormen. Vlakken of driehoeken bijvoorbeeld leiden de blik naar een verdwijnpunt. Een stip op de horizon.

Laten we nog eens gaan kijken naar Horizontaal.  In zijn eigen historische context.  Let nog even op het eerste horizon werk uit 1976, dat hier op tafel ligt..

(Dank Wim voor je aanstekelijke en niet aflatende verbeeldingskracht. Dank voor Uw aandacht.)

Elbrig de Groot, 15 december 2019.  


Een feestrede voor Arie en Klaas door Vincent Mentzel

11.10.2019

 Ja, zei Arie door de telefoon met zijn bekende beetje krakende stem: Zou jij voor de jarige Klaas en mij een feestrede willen bedenken voor de opening bij Galerie Walgenbach.

Een feestrede…dat is toch een rede waar iedereen blij van  wordt en opgewekt na afloop het glas heft en zich zo opgewekt voelt dat hij of zij in opperste staat van geluk één of liefst twee werken van de beide kunstenaars aanschaft.

Klaas Gubbels is geboren op 19 januari 1934 in Rotterdam en Arie van Geest op 10 april 1948 in Maasland, …off all places, maar  woont eigenlijk zijn hele leven al in Rotterdam.
Een feestrede, vrienden van de kunsten hier in Rotterdam bijeen, een feestrede is ter gelegenheid van een feestvarken. In dit geval dus twee.
Nu is het bijna altijd feest…voor mij althans, wanneer ik het atelier van de beide kunstenaars mag betreden. Het geeft mij een   bijzonder gevoel. Een euforische ervaring en  denk  dan  ook  zelf een beetje kunstenaar te zijn.
Ik laaf mij aan de beide mannen, zoals je je ook kunt laven aan een goed glas wijn. Maar dit is meer, veel meer dan gewone wijn. Dit is een sensuele ervaring.
Zowel geestelijk als lichamelijk voel je je verrijkt, wanneer je het atelier van zowel Arie als Klaas verlaat.
Het is niet alleen de lucht van verf of een slecht geventileerde ruimte. Het is niet alleen de lichaamslucht van beiden. Daar zit net zoveel verschil in als in hun beider werk.
Wat maakt dat je je op je gemak voelt wanneer je het ‘hok’ van deze mannen betreed.
Je maakt ineens deel uit van hun wereld, hun schilderij. Even maar hoor. Want hun strijd is intenser.
Klaas zijn struggle bijvoorbeeld met die godvergeten tafels en ketels.
En Arie, zijn struggle, niet alleen met zijn leven en Berneja, maar ook met zijn immer romantische gevoelens voor al zijn dierbaren en de mensen om hem heen. Zijn voortdurende melancholische gevoelens over leven en dood. Zijn opwindende strijd om te overleven, te blijven leven, in poetische vormen terug te zien in zijn werk.

Ik heb al sinds mensenheugenis een schilderij van twee somber kijkende meisjes aan mijn muur thuis hangen. Een inmens groot doek, ooit voor veel geld van Jan Riezenkamp overgekocht. Een echte Arie van Geest. ‘ Het comfort van de Melancholie’ genaamd. Waarom vond ik dat schilderij zo bijzonder.
Waarom voelde ik inderdaad de melancholie van Arie in mijn gezicht prikken ?
Ik sta er iedere dag even voor. Twee tamelijk boos kijkende meisjes die je verwend en verwaand aankijken. Ik kijk ernaar en zeg dan zachtjes ( …opdat mijn vrouw en dochter het niet horen) Kijken jullie verdorie toch eens vrolijk !
Het schilderij heeft iedere dag een andere melancholische blik.    Ik ben eraangewend. Het bepaalt voor mij het ritme van de dag,.

Arie had een vooruitziende blik, er hangt nog een ander schilderij  in de woonkamer met ook een booskijkend meisje, geschilderd jaren voordat onze dochter in 1999 geboren  werd.  Een  portret van Alice in Wonderland, waar wij onze, soms ongemakkelijk kijkende dochter in menen te herkennen. Niets is toeval !
Er hangt ook een groot doek van Klaas Gubbels in de woonkamer, ‘De Tafelzitster’. Het heeft jaren geduurd voordat mij dat schilderij door Klaas werd gegund. Foto’s, briefjes, met de tafelzitster erop getekend, met de tekst: ‘Mooie piece he,’ je Klaas.’ Maar arriveren deed het nooit, een keer belde Klaas op, kom het maar halen in Arnhem, paste het verdomde schilderij niet in mijn auto ( Klaas   wist dat en zei kom we gaan drinken) Nog weer jaren later arriveerde het schilderij eindelijk in Rotterdam. Met een voor mij wildvreemde was de Tafelzitster’ meegereden.
Onze dochter heeft er direct na haar geboorte in 1999 in een wiegje nog maanden onder gelegen, tot grote ontsteltenis van mijn schoonmoeder.
Die vond ‘ De Tafelzitster’ aanstootgevend en dacht dat ons kind daar een levenslang trauma aan zou overhouden. Het is goed gekomen en ze houdt gelukkig heel veel van Klaas.

Arie kreeg schilderles van Klaas op de Kunstacademie hier in Rotterdam.
Wat heet les: Op het atelier van Arie hangt een van de Arie’s eerste schilderijen, ‘de Nachtwandelaar’ uit 1968. Het lijkt zo  op  het eerste gezicht een Klaas, maar het is geen Klaas. Echter dit   schilderij heeft Arie van Geest zijn leven wel vormgegeven.
Na een poosje wanhopig stillevens van tafels en stoelen schilderen heeft Klaas, Arie een goede raad gegeven: ‘Jij moet niet schilderen wat je ziet, maar schilderen wat je denkt’
Die woorden heeft de jonge ‘klad schilder’, zoals Arie zichzelf spottend noemt, tot zich genomen.
Arie’s leven is poëzie, hij kan als geen ander zijn gedachten op het doek componeren. Ontroerend.. …en daar ..Dames en Heren,  komen Klaas en Arie samen.
Een feestrede is er om u een beetje een heerlijk gevoel te geven en ik hoop dat uallen nu al een beetje dat heerlijke gevoel heeft.

Klaas mijn ‘oude’ vriend, is ook een beetje mijn leermeester, want wat is het heerlijk, ik zei het al eerder, om bij hem op het atelier binnen te komen.
Als jongetje van 12 ging ik wel een logeren in Amsterdam bij een goede kunstenaarsvriend van mijn ouders: Lex Horn.
Wie van u kent niet het prachtige wandkleed van Lex Horn wat in de Doelen hangt, maar dit terzijde.
Lex Horn woonde aan de Oude Waal in Amsterdam, vlakbij de Binnen Bantammerstraat, waar de Chinezen wonen en de hoerenbuurt begint.
Het was er buiten voor mijn gevoel altijd nat en koud, maar zodra   ik een stap binnen zette bij de familie Horn, was het knus en warm in de kleinekunstenaarswoning.
Het rook er altijd naar olieverf, sigarettenrook, drank en koffie. Het voelde als een schilderij van liefde en opwinding.
Zo is het ook bij Klaas,…. ‘ja..a.a kom maar langs zei Klaas met een lichte stotter in de stem,…’en de opwinding van het binnenkomen in zijn volgepropte atelier in Arnhem is daar weer.
Bij Klaas kom je altijd in je korte broek binnen en word je er héél langzaam volwassen.
Het is bij Klaas nooit hetzelfde, altijd weer nieuwe doeken her en der opgesteld. Maar het ruikt er zoals het hoort.. de geur van mijn jeugd. De geur die ik ook zo goed kende uit een andere periode in mijn leven in Dordrecht. Op het atelier van Klaas zijn overleden vriend Bouke Ylstra. Ik zat daar als ventje in een hoekje te kijken naar de schilder aan het werk. Ook weer die onverwoestbare geur van olieverf, sigaretten en de houtkachel
Bij Klaas wordt je verdrietig en vrolijk tegelijk. De bijna eenvoud uit het leven, en ook zijn gevecht met het schilderij maakt je nederig en gelukkig tegelijk.

Opvallend de zo verschillende kleuren die Arie en Klaas gebruiken.
Wat maakt het zo bijzonder om deze  twee  mannen,  zo verschillend in hun werk, zo verschillend in karakter, nu samen te zien.
De melancholie van het zijn, de poëtische liefde voor het lege doek.
Arie die zich in Frankrijk spiegelt aan zijn tuin.
Zijn leven en herinneringen in de schilderijen van zijn tuin projecteert. Zijn ( overleden) vrienden en familie laat bloeien in het gras. Zijn onverwoestbare liefde voor Berneja.
Klaas die in alle eenvoud een gruwelijk beeld kan neerzetten. Neem het schilderij wat ik nooit zal vergeten en zonder dat je de titel hebt gelezen al weet dat het allemaal niet deugd:
‘Het verhoor.’
Twee ketels tegenover elkaar.

Arie die op zijn grimmige wijze een zelfprotret schildert waar je niet vrolijk van wordt:’ Sleeping with the enemy ‘
Zijn strijd tegen, zoals de oudere generatie het noemde: ‘ De gevreesde ziekte K’
En na dat hij weer een overwinning op deze ziekte heeft behaalt in 2019 het grauw-grijs-groene schilderij maakt:  ‘the  Sisters  of mercy’
Wat doet Klaas: die kleed zich uit en gaat bijna naakt in de krant staan.
Heerlijk, hij laat zijn bijna onoverwinnelijke mannelijkheid zien.
Klaas en Arie twee vrienden die samen: om met Reve te spreken, ‘Nader tot U’ komen.

Is het nog steeds een feestrede? Ik denk het wel…

De reden om een feest te geven is hier vandaag bij Galerie Walgenbach, deze twee ongelooflijke aardige mannen, die gemeen hebben dat ze géén ‘ klad’ schilders zijn, maar weergaloos goede kunstenaars. Die elkaar op poëtische wijze liefhebben en van elkaars werk kunnen genieten. Trots zijn  op  hun lange vriendschap.
Ik citeer een brief uit 2014 van Arie aan Klaas:
Naast de regelmatig opduikende ellende is het leven ook gevuld met kleine raadsels, die we gewoon in takt moeten laten. Niet beroeren, rustig rond laten dobberen richting de kier naar de vrijheid. Het geluk ligt immers niet achter de horizon, maar bevindt zich veilig opgeborgen in de kelder van ons eigen nevelbrein.
En uit een gedicht van Rutger Kopland (2001) over Klaas:
Hoe een tafel bijvoorbeeld verandert in een schilderij.
het gaat om het zien zegt Klaas meer kijken, minder schilderen.
Achteruitlopen, tot je denkt: verdomd.
Als je lang genoeg kijkt zie je iedere tafel voor het eerst.

Dames en heren, vrienden van Arie en Klaas van het ‘Geest & Gubbels Genootschap’ laten we het glas  heffen  op  deze  heerlijke en eerlijke Rotterdammers en niet te vergeten hun lieve Heleen en Berneja.

Vincent Mentzel, Galerie Walgenbach art & books,  10 november 2019