Home

01.07.2022

Walgenbach Art & Books is specialized in art books and organizes small exhibitions in the field of visual arts. Artists and art books, photography, the cultural life and history of Rotterdam are the focus areas of the shop.
Please contact info@walgenbach.nl for selling books that fall within the specializations of the shop.

 

Walgenbach Art & Books, Gouwstraat 15, 3082BA Rotterdam.  
Open: Friday, Saturday and Sunday from 13:00 – 17:00 h. and by appointment, tel. +31 6 393 11 695.
N.B.: From July 4 to August 26, 2022, our shop at 15 Gouwstraat can only be visited by appointment.
However, our web shop on the internet: www.walgenbach.nl is open 24/7!

 

Cold Turkey Press;    Derrière le Miroir   Fw: books;   Hatje Cantz;   Hanuman Books;   Imschoot Uitgever;   Letter Edged Black Press Inc.:  MACK books;   Melly/Witte de With ;      Museum Boijmans Van Beuningen;     Point d’ironie, Agnes b.;     Publishing House Bébert;    Roma Publishers;    Scalo;   Stedelijk Museum Amsterdam;   Steidl;   Van Abbemuseum;    Van Zoetendaal Publishers:     Wendingen;     Walther König:   

 

‘Art Library to go”.

25.12.2000

Exhibition
‘Art Library to go’ a project of Nobuko Hayashi
A presentation of hand-made art books from 17 artists from
Kobe, Tokyo, Bremen and Rotterdam.

 

 till August 21 – 2022
Hyokitsuanaburabouzu – Saori Urata –  Ryota Uemura – Hazuki Miyazono – Nanako Kawaguchi –  Rui Diao –  Anne Moder –  Florian Witt – Katrin von Maltzahn & David Atwood – Marion Bösen – Gert Rietveld  – Eva Lotte Lisander  – Milou van Ham – Heleen Schröder – Nobuko Hayashi – Verona Higgs.

 

 

 

BERT FRINGS – schilderijen

30.09.2000

Bert Frings – Schilderijen

Toen de wereld op slot ging, vonden we verlichting buiten in de natuur. Paadjes, bossen, oevers langs de Rotte, de wandelpaden in de woonwijken of het centrum van de stad, alles bekeken we met andere ogen. De vogels in de tuin, die zich nergens iets van aan leken te trekken, vlogen in en uit, op zoek naar een vetbolletje of een kruimeltje brood, en in het voorjaar kwamen de ganzen gewoon broeden, alsof er niets was gebeurd. Het buiten zijn deed ons goed, als afwisseling van het thuis leven en werken. Voor kunstenaar Bert Frings was het vele thuis zijn en de schetsen die hij daar maakte, de aanleiding voor een nieuwe reeks schilderijen in tempera. Hij keerde met zijn werk juist naar binnen. Naar de verstilling van het stilleven, geïnspireerd op vanitas schilderijen uit de zeventiende eeuw zoals van Ambrosius Bosschaert II, waarin de kijker wordt geconfronteerd met de eindigheid van het bestaan, maar ook de schoonheid daarvan. Hoe wrang is het, dat aan de vooravond van de opening van deze tentoonstelling in Walgenbach Art & Books, het kabinet opnieuw maatregelen aankondigde met als doel om contactmomenten te verminderen en het virus te remmen. Hierdoor kon de feestelijke opening van deze tentoonstelling en de presentatie van het eerste boek, niet doorgaan. Gelukkig blijven culturele instellingen en winkels wel open, en kunt u toch genieten van dit doorvoelde, nostalgische werk, waarin Frings teruggrijpt op gevonden voorwerpen en voorwerpen uit zijn jeugd. Een vervlogen tijd, van een glaasje Sinas op zaterdagavond, het spelen van de videogame Sonic the Hedgehog of kijken naar de eerste Jurassic Park film. Het antropomorfe egeltje Sonic redt in de videogame steeds opnieuw de wereld van een doorgedraaide professor en ook in Jurassic Park wordt de mensheid door eigen toedoen bedreigd. Deze thematiek van vreugde en dreiging, van leven en verval, tekent het recente werk van Frings. Het meest aandoenlijk zijn de schilderijen met de kauw Mickel die door een pigmentaandoening witte vlekken heeft, met op de voorgrond een dode vlieg. Hier ontmoet het leven het levenloze, in een stille aandacht voor het nu.

Sandra Kisters, Hoofd collectie en onderzoek, Museum Boijmans Van Beuningen

 

Bert Frings – Paintings

When the world shut down, we found relief outside in nature. Paths, forests, banks along the Rotte, the walking paths in the residential areas or the center of the city, we looked at everything with different eyes. The birds in the garden, who didn't seem to care, flew in and out, looking for a ball of fat or a crumb of bread, and in the spring the geese just came to nest, as if nothing had happened. Being outside did us good, as a change from living and working at home. For artist Bert Frings, being at home a lot and the sketches he made there gave rise to a new series of paintings in tempera. He just turned inward with his work. To the still life of the still life, inspired by vanitas paintings from the seventeenth century such as Ambrosius Bosschaert II, in which the viewer is confronted with the finiteness of existence, but also its beauty. How sour it is that on the eve of the opening of this exhibition in Walgenbach Art & Books, the cabinet again announced measures with the aim of reducing contact moments and inhibiting the virus. As a result, the festive opening of this exhibition and the presentation of the first book could not take place. Fortunately, cultural institutions and shops will remain open, and you can still enjoy this heartfelt, nostalgic work, in which Frings harks back to found objects and objects from his youth. A time gone by, from a glass of orange on Saturday night, playing the video game Sonic the Hedgehog or watching the first Jurassic Park movie. In the video game, the anthropomorphic hedgehog Sonic saves the world from a mad professor time and again, and in Jurassic Park, too, humanity is threatened by its own actions. This theme of joy and threat, of life and decay, characterizes Frings' recent work. The most touching are the paintings with the jackdaw Mickel, who has white spots due to a pigment disorder, with a dead fly in the foreground. Here life meets the lifeless, in a silent attention to the now

Sandra Kisters, Head of collection and research, Museum Boijmans Van Beuningen

 

 

 

Ralph van Meijgaard

08.09.2000

Woorden voor Ralph

De biografie als lopende band

Drie weken geleden was ik op atelierbezoek bij Ralph, die toen al een hele tijd bezig was met het werk dat nu hier hangt – de tentoonstelling herhaling en verhouding. Het zijn een heleboel werken, een reeks, een overzicht?

Er zit zoveel verhouding in het werk, dat ik dat niet zo een twee drie uit de losse pols kan vertellen – dus ik moet het voorlezen:

Het atelierbezoek:

Ralph heeft een wonderlijk leeg atelier, veel wit, opgeruimd. Het schilders- verleden, de oudere werken, zitten opgeborgen in een speciaal gebouwd hok, de opslag.

Alleen in het midden van het atelier ligt een grote hoop losse stukken papier. Het is een behoorlijke stapel: Kalkpapier met potloodlijnen erop, grids in verschillende maatvoeringen, stencils waarin ik de vormen uit de schilderijen terug zie als losse elementen in alle maten. De potloodlijnen zijn soms vele malen over elkaar heen getrokken.

Ralph noemt het zijn externe geheugen.

Dus, daar liggen de bouwplannen van Ralph’s schilderijen door de jaren heen, klaar voor hergebruik. Mij komen ze voor als de blauwpauzen van een enorm apparaat die nog geconstrueerd moet worden.

Het werk dat we hier zien is vooral nieuw, recent ontwikkeld voor deze setting, maar er zitten ook oudere werkjes tussen. Dus we zien een soort oeuvretentoonstelling, samengevat tot één beeld.

Ralph bouwt gestaag aan zijn oeuvre – dat is het apparaat dat geconstrueerd wordt – of, dat oeuvre bouwt zich eigenlijk zelf in itererende bewegingen. De omschrijving die Ralph gebruikt voor de ontwikkeling in zijn werk:

Je komt uit op dingen die je mogelijk maakt.

Het past bij de rustige nuchterheid van de kunstenaar: hij vat het vriendelijker wijze alvast een beetje samen, zijn denkwereld, tot een overzichtelijk geheel in een geordende constructie.

Die denkwereld – en het visuele gevolg ervan dat hier aan de muur hangt – probeer ik sinds drie weken een beetje te duiden. Zo een atelierbezoek heeft namelijk gevolgen. Het werk is in mijn hoofd en terwijl het leven door gaat mengt het werk zich als het ware in mijn waarnemingen. 

Om een beetje te illustreren wat ik bedoel: Afgelopen week was een documentaire te zien bij tegenlicht ‘HOW TO HANDLE CHAOS’. Daarin werd de neurowetenschapper Anil Seth geïnterviewd.

Hij zegt dat zien, gewoon het zintuigelijke zien, een proces van voortdurende constructie is. We interpreteren wat we zien en het brein maakt er een soort Best Guess van. Dan zien we hem in een tentoonstelling zitten en hij zegt dat het werk dat hij hier ziet in zijn brein doorwerkt en dat hij bijna alles, dat hem bezig houdt erin onder kan brengen.

Ook het werk van Ralph lijkt de eigenschap te hebben zich met van alles te kunnen verbinden.

Ik heb even – in overleg met de kunstenaar – voorgesorteerd wat er zoal te zien is:

roltrappen

roltrappen als groeivorm tak en arm

de wasstraat

de abstracte wasstraat het reuzenrad

en reuzenrad zonder rad met en zonder mensen of is het een klok

een klok van mensen een tandwiel

(rol)stoel en (rol)bed of schavot zittende figuren, genderneutraal een zittend figuur met detail veel rondjes

als rolletje, als hoofd, als stip, als zon, als gat, als spiegel of wensput of negatieve wensput

als atoom in het atomaire ijsje in herhaling en als projectie

op voorgronden of achtergronden

twee mannen die naar de horizon kijken de horizon als streeppatroon

van de ondergaande zon

strepen, of zijn het uitgerekte stippen plattegrond van de gates op Schiphol

en de geboorte van het orakel of iets ezelachtigs een kano

kano’s in de bioscoop

een scherm

een toetsenbord of patroon patronen en clusters

beige

grijs grijs grijs

wit zwart geel rood blauw

ik lees dit expres heel snel op, zodat je het niet kan onthouden of niet begint te zoeken of het klopt of zoiets.. Ik wil niet het kijken invullen alsof het een zoekplaatje is. Je kan het beter weer vergeten.

Wat we zien zijn een soort pictogrammen. Deze pictogrammen komen voort uit concrete verhalen in het leven van de kunstenaar, autobiografische pictogrammen dus.

Om een voorbeeld te geven wil ik één van de verhalen vertellen, die ik heel opmerkelijk vond. Ralph vertelde het in het atelier Het gaat over een van de oudere doeken in de reeks, dat met de kano’s.

Vroeger, in de jaren 90, had je op de westersingel de Consul, een eetcafé waar ook filmvertoningen waren. Ik ken dat ook nog. Tijdens een van de avonden werd een Afrikaanse film vertoont. Na afloop zag hij een stuk 16mm film uit het filmblik steken en heeft die in zijn jaszak gestoken. Veel later vond hij dat stukje film terug in die jaszak. Het was een scene waarin een vrouw (of moeder) iets voorovergebogen over een grote ronde bak met water een   paar kinderen een zeilscheepje in het midden van de bak aan wees.

De filmbeelden herhalen natuurlijk de scene, dus er was een hele lange rij bakken en bootjes en figuren in een houding te zien. Dat gaf hem het idee van de helpende beelden. Beelden die elkaar helpen om een beeld te zijn als je zo wil? Het zeilbootje werd een kano en dan een gekapseisde kano of een vorm die op een toetsenbord lijkt…

De rij kano’s is hier terug in een bioscoop op een scherm op de achtergrond en omgedraaid in de onderste helft (de zaal): beeld een publiek tegelijkertijd. De herinnering als film. Deze kano’s, als we ze dan als zodanig herkennen, zijn heel veel dingen. Een mooi voorbeeld om aan te tonen dat zien een constructie is.

Dus, in het beeld gaat het niet om de voorwerpen zelf, maar om ‘helpende voorwerpen’ die elkaar naar een andere hoedanigheid helpen. Ze zijn uiterst hybride. Ze vloeien in elkaar, overlappen en evolueren – soms zelfs over de suggestie van twee doeken heen, zoals de grote roltrap-arm-cactus over twee kleurvlakken. Alles is in beweging in een grote voortschrijdende metamorfose – een soort tanta rei?

Vereenvoudigt tot een teken komen ze mij voor als reserveonderdelen voor een lopende band die zichzelf steeds opnieuw construeert. Elk afzonderlijk beeld is helder en leesbaar:

duidelijkheid die zich toch aan duiding onttrekt. De figuratieve kant van het werk is tegelijkertijd icoon (of icoontje) en orakel.

Het Orakel spreekt in rijmen en in raadsels en het wijst de weg in de toekomst.

De schilderijen vormen een tijdlijn die voor en achteruit beweegt, waarin losjes herinneringen verwerkt zijn. Momenten die zich op soms onnavolgbare wijze in het geheugen genesteld hebben en daar een plek opeisen. Het systematiseren van deze betekenisvolle toevalligheden komt me voor als of op de achterwand van het brein de projecties van ervaringen een nieuwe diashow in elkaar zetten van licht en schaduw, overlappingen en dubbele projecties inclusief de kleurafwijking en dubbelbelichting die in projecties op kan treden.

De kunstenaar observeert en ordent, herschikt en vervormt, het een komt van het ander. Het werk , stuwt zich als het ware zelf voort – de schilder is de voorman van het tand(wiel) des tijds.

Want, na alles wat je erover kan zeggen zijn het toch ook vooral schilderijen wat we zien. Schilderijen, die zich ervan bewust zijn wat ze doen met de waarneming van de kijker en van hun rol in de schilderkunst. Het kijken is telkens een avontuur, met zachte maar onverbiddelijke hand gestuurd door gelaagdheid, kleur en compositie. De vorm wordt een eigen betekenislaag.

Omdat ik bij het zien van Ralph’s werk (behalve aan Oskar Schlemmer en Purno de Purno) aan Alex Katz moet denken heb ik wat onderzoek naar hem gedaan en kom in en interview de volgende uitspraak tegen: Katz zegt over zijn werk

‘de grammatica is abstract en het beeld is figuratief’.

Ralph werkt zijn grammatica helemaal open met hulp van de figuratie. Helpende vormen!

En toen ontdekte ik ook – want zo gaat dat met het google=algoritme – er verschijnen allemaal oneigenlijke verbanden –

de Menukaart van Restaurant Katz Orange in Berlin

en sinds je ook nog een leven heb als kok en zodoende een  “helpende  vorm” bent in de context van een project over sociale cohesie op zuid, heb ik hier de menukaart als inspiratie voor jou. Ze noemen zichzelf foodlab, trouwens.

En nu even nog een keer Alex Katz:

The surface is what the whole thing is!

Het oppervlak van de dingen en het oppervlak van het doek, dat nauwelijks sporen van de maker toont. Het is een neutrale wereld, die ondersteunt wordt door de kleuren, die voor het grootste gedeelte rondom grijs en beige liggen – beige is het goud van de kleine man, zegt Ralph.

Hij houdt niet van felle kleuren. (en daar sta ik dan in mijn oranje jasje)

De serie is door kleur en compositie in balans gebracht. Helpende kleuren, helpende vormen.

Het moet wel een beetje democratisch zijn, zegt Ralph daarover..

En ineens spreken we in termen van menselijke verhoudingen.

Is hier een ideaal ontworpen? Ik ben zeker dat Ralph het liever wat bescheidener gaat houden?

Wat me in ieder geval raakt in het werk, is de schilderkunstige verfijning die in deze stripachtige vormentaal en speelse grammatica een plaats krijgt.

Want de schilder weet – je kan van alles bedenken, maar het moet zich ook voordoen: Als beeld. Eenmaal beeld geworden is de mogelijke betekenis alleen gelaten, misschien zelfs achterwege gelaten.

Het is wat we zien en hoe we dat met onze zintuigen kunnen lezen en ervaren, om dan – wel of niet ondersteunt door kennis of ervaring – de constructie van de werkelijkheid in gang te zetten.

Het werk biedt de kijker daartoe een systeem aan.

Deze beelden kunnen heel goed alleen zijn, zonder hun maker en zelf zonder elkaar. Ze hebben de uitstraling van een icoon. Ook al zijn ze hier met z’n allen, en tonen ze hun onderlinge verband.

(Hoe zit dat Ralph, kan men ze ook apart kopen?)

Het beeld blijft wat het is – onder alle omstandigheden: uitgewogen.

Ik zie hier de kracht en de noodzaak van de abstractie. Met het loslaten van de anekdote (ook al is die telkens aanleiding voor het beeld) komt een groter verhaal naar voren. Het verhaal dat samenhang en toekomst schetst.

We hebben het abstracte nodig.

Om de wereld te bevatten en om ze te verdragen.

En omdat het denken aan je werk maar door gaat, heb ik hier nog zo een vondst (gisteren in Den Haag, postkaart van een vliegveld) dat ik je even cadeau wil geven – kunnen we toch nog kijken of dat een beetje klopt met de plattegrond van de gates van Schiphol.

Dagmar Baumann, zelf ook schilder, Oktober 2019, Rotterdam

Corrie Brands

04.05.2000

Ik heb een behoefte ritueel te verzamelen, te ordenen en vorm te geven aan materiaal.  
Een materiaal boeit me door vorm, structuur, kleur of geur en door de plaats die het in de ruimte inneemt. 
Door die eigenschappen op me te laten inwerken, ontstaat er een idee voor een specifieke handeling.  Meestal een repeterende en eenvoudige, die leidt tot een beeld met een niet voorspelbare structuur en vorm. Het is een poging door te dringen in de aard van de dingen door materialen voor zichzelf te laten spreken. 

www.corriebrands.com

   

www.corriebrands.com

Hanuman Books

03.05.2000

Hanuman Books was founded by American art critic, curator, editor and publisher, Raymond Foyeand Italian painter Francesco Clementein 1986.

Clemente, in addition to suggesting books, painted the Hanuman Books logo, contributed money to pay for printing in India, and envisioned the design of the books. Clemente, for example, suggested sending black and white author photographs to be hand tinted, so Indian printers would influence the books.

Hanuman books were printed on a letter press at C.T. Nachiappan’s Kalakshetra Press in Madras (now Chennai), India. The acid-free pages were sewn together by local fishermen and others. All of the books have the same 3″ x 4″ dimensions. 

Handmade Indian paper and vegetable dyes enabled colorful covers. Titles stamped in gold and tinted author photographs appear on the dust jackets.

Nachiappan himself destroyed the first print-run of Bob Flanagan’s Fuck Journalin order to avoid prosecution under anti-obscenity laws, which applied to printers as well as publishers. He was convinced by Foye to print five hundred clandestine copies.

Very few copies remain and have proven exceedingly difficult to obtain.

The Hanuman collection here offered for sale formed part of a gift from Raymond Foye to Gerard Bellaart. All the books are in mint condition.


for order press button