Woody van Amen

10.10.2021

 

Exhibition

Woody van Amen

‘art from the treasure room’
mixed media

 

October 17 to November 18, 2021

 

 

 

Preview exhibition: Lydia Schouten, ‘Yes, there will be singing in Dark Times’.

06.12.2020

Alle werken € 225,- per stuk. 20% korting bij aankoop van drie of meer / All works € 225 each. 20% discount when you buy three or more

Bestel hier / Order here

YES, there will be singing in Dark Times

Toen ik werd uitgenodigd door Hans Walgenbach om bij hem te exposeren, werd ik meteen enthousiast. Dit kwam door de combinatie Kunst en Boeken in zijn galerie. Wie goed kijkt naar mijn werk door de jaren heen, kan zien dat mijn inspiratie vaak ligt bij het combineren van beeld en tekst. Deze zomer heb ik doorgebracht in een coronarood aangegeven gebied in Frankrijk. Het isolement daar gaf inspiratie met als resultaat een groep van 40 nieuwe tekeningen en collages. Ieder werk staat op zichzelf maar voelt zich als een vis in het water tussen alle andere beeldcombinaties. Ik ben beïnvloed door de literatuur van J.G. Ballard — waarin leefomstandigheden voorkomen die meer op science fiction lijken —  en W.G. Sebald, waarin heden, verleden en fictie continu heen en weer switchen. “A pond becomes a lake, a breeze becomes a storm, a handful of dust is a desert, a grain of sulphur in the blood is a volcanic inferno. What manner of theatre is it, in which we are once playwright, actor, stage manager, scene painter and audience?” W.G. Sebald, fragment uit The Rings of Saturn Ik heb de Willem de Kooning Academie gedaan van 1971-1976 op de afdeling Autonome Kunst/Beeldhouwen. Het was een tijd waarin de visie overheerste dat alles al gedaan was in de schilderkunst, dus daar waagde ik me niet aan. Ik onderzocht de mogelijkheden van performance en beeldhouwkunst. Na mijn afstuderen deed ik vooral performances, waarin het tekenen soms al een rol speelde door met mijn lichaam ruimtelijke tekeningen te maken met meel en pigment of aarde. In de jaren tachtig maakte ik veel scripttekeningen, die als schetsen dienden voor een video. Toen ik in 1992 autonome tekeningen begon te maken, was er een duidelijke relatie met de scripttekeningen. Ze bestaan uit losse elementen, waarin tekst en beeld worden gecombineerd, vaak bijeen gehouden door één centraal beeld. Het zijn verhalen, maar missen een logische of chronologische verbinding. Het blijven losse fragmenten, waar de kijker zijn of haar eigen verhaal kan maken.

YES, there will be singing in Dark Times

When I was invited by Hans Walgenbach to exhibit, I immediately became enthusiastic. This was due to the combination of Art and Books in his gallery. If you look closely at my work over the years, you can see that my inspiration often lies in combining images and text.
This summer I spent in a corona red marked area in France. The isolation there provided inspiration, resulting in a group of 40 new drawings and collages. Each work stands on its own, but feels like a fish in water among all the other image combinations.

I have been influenced by the literature of J.G. Ballard – which has living conditions that are more like science fiction – and W.G. Sebald, in which present, past and fiction continuously switch back and forth.
A pond becomes a lake, a breeze becomes a storm, a handful of dust is a desert, a grain of sulfur in the blood is a volcanic inferno.
What manner of theater is it, in which we are once playwright, actor, stage manager, scene painter and audience? “
W.G. Sebald, excerpt from The Rings of Saturn

I attended the Willem de Kooning Academy from 1971-1976 in the Autonomous Art / Sculpture department. It was a time when the vision prevailed that everything had already been done in painting, so I did not venture into that.
I explored the possibilities of performance and sculpture.
After graduating I mainly did performances, in which drawing sometimes played a role by making spatial drawings with my body using flour and pigment or soil. In the eighties I made a lot of script drawings that served as sketches for a video.
When I started making autonomous drawings in 1992, there was a clear relationship with the script drawings. They consist of separate elements in which text and image are combined, often held together by one central image. They are stories, but lack a logical or chronological connection. They remain separate fragments, where the viewer can make his or her own story.

Lydia Schouten
2020

Jouke Kleerebezem

21.09.2020

My drawing and painting occurs casually. The work does not come about in a fixed place or moment or following an established method. It develops in freedom and can be read from the process and from results that do not lead to a conclusion. It shares its ritual function with other daily activities — without hierarchy or authority. I work as I live, aware of the moment, attentively… here and now… it works or it doesn’t work and does not serve any external interest.

The act of drawing expresses an intimate and concentrated presence and creates momentum in an infinite and never static here and now. Whoever draws, paints, writes, or can lose himself for that matter in any dedicated act, is — while nothing remains except a few stubborn souvenirs that roam endlessly through the institutions.

Mijn tekeningen en schilderijen komen terloops tot stand. Het werk ontstaat niet op een vaste plek of moment, of volgens een vaste methode. Het ontwikkelt zich in vrijheid en kan worden afgelezen aan het proces en aan resultaten die niet tot een conclusie leiden. Het deelt zijn rituele functie met andere dagelijkse handelingen — zonder hiërarchie of autoriteit. Ik werk zoals ik leef, met aandacht voor het moment, oplettend… hier en nu… het werkt of het werkt niet en dient geen enkel extern belang.
De handeling van het tekenen brengt een intieme en geconcentreerde aanwezigheid tot uitdrukking, schept momentum in een onbegrensd en nooit statisch hier en nu. Wie tekent, schildert, schrijft, of zich in om het even welke toegewijde handeling kan verliezen, is — waar niets blijft op een paar hardnekkige souvenirs na, die eindeloos door de instituties zwerven.

Jouke Kleerebezem

 

 

 

 

 

   

Ine Lamers, ‘Remote Sensing’, 29-08 to 27-09-2020 (Dutch)

01.08.2020

LET OP:
In verband met het coronavirus geen opening.
De tentoonstelling kan na afspraak worden bezocht  op
vrijdag, zaterdag en zondag van 13 -17 uur .

 

 

Remote Sensing is een serie fotowerken met ‘onwaarschijnlijke‘  landschappen en montages.  Misschien is dit onze planeet, maar er is een mogelijkheid dat dat niet zo is..
Een maand lang verbleef en werkte ik op het eiland Hrisey in Noord-IJsland en legde ik de bergketens oost en west langs de fjord Eyafjordur vast. Vanaf geselecteerde standpunten en onder variërende lichtomstandigheden werden dezelfde bergen en troggen meermaals gefotografeerd.  Dit was met de bedoeling om materiaal te verzamelen voor het maken van landschapsmontages.

De verschillende opnames werden daarna in mijn studio ‘geblend’, -vergelijkbaar met een dubbele dia projectie-, en bergen en kusten werden in en over elkaar geschoven tot nieuwe landschappen.  Ik ging intuïtief te werk.
De beelden verkennen processen van geomorfologie en verwijzen naar constante beweging, ook onder het aardoppervlak, naar stijging van zeespiegel, gletsjer vorming, en naar onvoorziene samenkomsten van bergen. In de afzonderlijke beelden is het proces gestold.
Migrerende bergen en overstromingen zinspelen op de aarde als plek van ongekende natuurlijke krachten en roepen associaties op met landschappen in een toekomst.

Ine Lamers, 11-8-2020

Remote Sensing is tot stand gekomen met ondersteuning van Mondriaan Fonds en Fonds Kwadraat.

 

Speech Kees Weeda voor Maria Ikonomopoulou 8-3-’20

17.02.2020

Lieve Maria, geachte dames en heren,

Op mijn werktafel thuis staat een standaard, zo’n mooie perspex standaard die je in de betere boekwinkels ziet. In die standaard staat een boek, een onleesbaar boek, waar ik toch veel in lees. De pagina’s staan vol lijntjes, streepjes, puntjes, maar die vormen geen letters. En toch lees ik erin.

Zelfs voor een groep mensen voor wie metaforen en paradoxen dagelijkse kost zijn, moet ik dat waarschijnlijk wel even uitleggen.

Het boekje dat eigenlijk meer de omvang heeft van een brochure is gemaakt door twee kunstenaars: Maria Ikonomopoulou en Anastasia Mina. Ieder maakte 6 tekeningen en 1 maakten ze samen. Het heeft twee voorkanten en geen achterkant: als je het werk van de ene kunstenaar hebt bekeken, moet je het boekje omdraaien om de bijdrage van de ander te zien. Of doorbladeren maar dan zie je een helft van het boekje op zijn kop.

Wat tegelijkertijd op subtiele wijze de kwestie van onder- en bovenkant in abstracte kunst aan de orde stelt….

Het is geproduceerd op Moleskin Folia zuurvrij 100 grams papier. De omslag is van het beste Engelse aquarelkarton van Saunders Waterford, 4-zijdig verlijmd, 300 grams, zuurvrij en verouderingsbestendig.

(Dit om u een beeld te geven)

Het heet ‘syn[chrono]sides – met twee haken rondom het woorddeel chrono. Ik kocht het in 2014.

Hoe kun je lezen in een boek waarin geen letters staan.

Je kunt er alleen in kijken, zou je zeggen en in de eerste jaren dat ik het werk had, deed ik dat ook.

Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik anders naar de pagina’s ging kijken: ik begon ze te lezen. (Lezen en voelen want er zitten pagina’s tussen die als een brailleschrift alleen kleine puntjes bevatten.)

En toen ‘las’ ik het verhaal van Maria.

Toegegeven, ik heb wel enige voorkennis, maar dan nog, is het fascinerend om te bedenken hoe dit werk een soort pars pro toto is voor het oeuvre van Maria.

De precisie, de liefde, de verbeeldingskracht en de schoonheid van al haar werk weerspiegelen zich in de bladzijden van dit boekje. En als u straks het oeuvreboek hebt gekocht, zult u zien – voor zover de kenners dat nog niet wisten – dat al haar werk door die eigenschappen wordt gekenmerkt.

En dan dient zich – althans bij mij – een fascinerende tegenstelling aan, die dat misschien helemaal niet is, maar for he sake of the argument, neem ik even aan van wel.

Wie Maria en haar biografie kent, zou zich kunnen verbazen over de fijnmazigheid, misschien zelfs de onnadrukkelijkheid van haar werk. Een gesprek met haar gaat al snel over politiek, over de rol van kunst en kunstenaar in de samenleving over het bedroevend weinig geld dat we in dit land over hebben voor de verbeelding en over het onrecht van de wereld in het algemeen.
In zo’n gesprek zie je Maria’s onverschrokken moed en doorzettingsvermogen. Eigenschappen die je hard nodig hebt, ook in een land waar alles zo goed geregeld lijkt. Hebben jonge kunstenaars het na hun opleiding in het algemeen al niet eenvoudig om een beroepspraktijk op te bouwen, het wordt nog wel een stukje ingewikkelder als je de taal nog aan het leren bent en geen verblijfsvergunning hebt. Dan kan je alleen overleven door allerlei baantjes aan te pakken, je te laten bijscholen, zodat je les kunt gaan geven in het onderwijs – bij voorkeur aan kinderen in achterstandswijken.

En intussen aan het werk blijven, lang en intens aan het werk blijven.

In zijn prachtige biografische schets over Sjostakowitsj schrijft Julian Barnes:

“”De kunst is de fluistering van de geschiedenis die boven het tumult van de tijd uit is te horen.””

Preciezer zou ik het werk van Maria niet kunnen typeren. Het is niet het grote gebaar van installaties, vuistdikke verf op vele vierkante meters linnen of maatschappijkritiek in your face.

Zelfs in haar monumentale werk in opdracht, zoals bijvoorbeeld het talismankabinet voor het Ronald Macdonald huis uit 1998, vermijdt ze het grote gebaar en zoekt ze de compassie met de wereld in de precisie van haar beeldende kracht .

Of de interventie bij de kunstbeurs van Athene in 2010: een serie groenten en kruiden in potten op de trappen van het gebouw, met daarboven als een guirlande uitgeknipt de titel van het werk: Growing Hope - in mijn ogen de belangrijkste drijfveer voor haar kunstenaarschap.

Gefluisterde hoop die door het patina van de tijd alleen maar sterker en mooier zal worden.

Hé, daar ben je, zei Maria toen ze langskwam om het werk op te halen dat ze wilde fotograferen en het schilderijtje zag dat we in 1994 of daaromtrent van haar kochten. Ze tikte het voorzichtig even op de bovenkant aan en op dat moment begreep ik waarom een kunstenaar de behoefte voelt om haar werk te documenteren, zoals we kunnen zien in de Anthology.

Het is natuurlijk primair om een overzicht te produceren maar het is zeker ook om de behoefte het werk nog een keer vast te houden, te zien of er goed voor wordt gezorgd.

Zelf heeft ze er een dubbel gevoel over: enerzijds biedt zo’n monografie een goed beeld van haar kunstenaarschap maar anderzijds is reflecteren op haar eigen werk niet Maria’s grootste liefhebberij. Ik word gelukkiger, zegt ze, van dingen maken, niet per se van erop te reflecteren.

Het schilderijtje waarop Maria tikte is een klein kinderportret in verf op hout, een intrigerend, enigszins asymmetrisch gezicht van een kind dat de toeschouwer aankijkt. Sober van kleurstelling en met een grote impliciete zeggingskracht. Het portretje is geschilderd op triplex, links en rechts zijn twee paneeltjes gemonteerd, zwart geschilderd waarmee het beschilderde paneeltje in het midden kan worden afgesloten. Als je dat doet (“als je er even genoeg van hebt om naar te kijken”, zei Maria toen) hangt er een zwart vierkant aan de muur.

Het werk dateert uit 1994 en in de loop van de jaren begon ik na te denken over de vraag waarom ik het zo’n intrigerend vond.

In de late 14e eeuw ontstond de snelle opkomst van de triptiek, voornamelijk als een altaarstuk, waarvan niet alleen de voorkant(en) maar soms ook de achterzijden waren beschilderd. Een efficiënte manier om een verhaal te vertellen; als het stuk los in de ruimte staat heeft de schilder zes beelden om zijn verhaal te vertellen, zes beelden (en twee als de panelen gesloten worden getoond) die een samenhangend verhaal laten zien.

In Maria’s ‘triptiek’ van het kindergezicht is slechts 1 paneel geschilderd, de vijf andere zijn zwart. Open meet het werk 69x34 cm. Als de panelen gesloten zijn, hangt er een vierkant, zwart stuk hout van 34x34x5cm aan de muur. En dan ligt ineens een andere associatie voor de hand, namelijk met het suprematistische zwarte schilderij van Kazimir Malevitsj.

De 14e eeuw en Malevitsj, die samenkomen in een klein portret.  Langzaam dringt het mysterieuze van het schilderij zich op. Wat in eerste instantie een handreiking aan de beschouwer lijkt te zijn, is een opening naar de mystiek van de schilderkunst: hier hangt een kunstwerk dat de traditie van de 14e eeuwse picturale verteltraditie combineert met een van de belangrijkste vernieuwingen in de schilderkunst: het absolute nul, dat Malevitsj wilde bereiken. En de associatie gaat nog een laag dieper. Het "Zwart Vierkant" was bij de tentoonstelling in 1915 in St. Petersburg helemaal bovenaan in ‘de gouden hoek’ van de kamer geplaatst, waar Russen hun christelijke iconen ophangen.

Open de luiken van het schilderij van Maria Ikonomopoulou, kijk naar het kinderportret met de witte kanten kraag en je begrijpt wat ze heeft gemaakt: een prachtig icoon.

Ik heb overigens de luiken niet vaak dichtgedaan.

En dat, dames en heren, is nog maar een enkel voorbeeld van het moois dat in de prachtige Anthology te zien is.

Bij mij thuis komt hij te liggen naast de perpex standaard.

Dank voor uw aandacht.

Kees Weeda

8 maart 2020


Opening speech, Elbrig de Groot , exhibition Wim Gijzen 15-12-2019

07.12.2019

Lieve Wim en Jeanette,

Het is vreemd, Wim, óver je spreken in het openbaar. We kennen elkaar bijna veertig jaar en  hebben heel vaak m
ét elkaar gesproken.  Je zegt nu eenmaal graag wat terug, maar dat komt nog wel.
We hadden vaak hilarische, mooie en heftige gesprekken. Over kunst, de kunstwereld.
En over kijken.  En over taal en kijken.
Verder kijken dan je neus lang is.
In de presentatie Horizon taal  laat je  zien wat dat betekent .
We zien 10 recente tekeningen, landschappen, portretten, die met elkaar verbonden zijn door de horizon.
Wat is de horizon?
Iedereen weet wat je ermee bedoelt. Je ziet hem, gebruikt hem als richtpunt, maar hij verschuift als je denkt dichterbij te komen. De serie tekeningen houden de horizon vast, maar die is tegelijkertijd ongrijpbaar.
Het zijn allemaal kwesties, die typerend zijn voor Wim.
Tekeningen met portretten, stillevens, landschap, met horizon. Het zijn bekende thema’s. Wim raakt er niet op uitgekeken: steeds zoekt hij de verhouding met de omgeving.
Wat is de werkelijkheid?  Wat zie ik ? En vooral waar ben ik?
Hij verwondert zich over de vanzelfsprekendheid van de dingen.
Alles lijkt wat het is, maar die eenduidige manier van kijken ontregelt Wim  graag.  Net even een slagje draaien, een kwartslag of een kwinkslag , een  andere invalshoek.
Bijvoorbeeld locaties verwisselen. Spiegelbeelden.
De wereld op zijn kop zetten.  Het geeft veel nieuwe inzichten.
Dat vond Weissenbruch al.  In een interview uit 1901 legt de Haagse Schoolschilder uit waarom hij zijn aquarellen kriskras over de vloer van zijn atelier verspreidt. Zo kan hij ze van alle kanten beoordelen.  Juist ook op zijn kop, want zo kon hij zien of de compositie klopte.
Kijken verandert in de loop van de tijd.  Kijken is eigenlijk een werkwoord.
Het herinnert me aan mijn eerste colleges  kunstgeschiedenis van Professor Horst Gerson, de Rembrandtkenner. Bekend en berucht om zijn Rembrandttoeschrijvingen. Hij ging regelmatig op zijn hoofd staan voor een Rembrandt, zelfs in een museumzaal .
Hij heeft me kijken geleerd.
‘Beschrijf maar een schilderij zo precies mogelijk’. En natuurlijk zagen we maar een fractie van wat er werkelijk allemaal te zien was.
Ik kijk heel graag mee met Wim.
Hij heeft een scherpe blik op alles. En weet dat te verbeelden in werk, dat altijd weer verrast.
Wim werd, naar eigen zeggen, niet gehinderd door een academieopleiding.  Hij heeft er een paar technieken geleerd. Maar er waren veel meer mogelijkheden om zijn verhaal, zijn beeldtaal vorm te geven en daarmee sloot hij prima aan bij de tijdgeest van de jaren 60 en 70.
Een spannende inspirerende tijd.
Toen ik uiteindelijk tijdens mijn studie van de 17e eeuw naar eigentijdse kunst overstapte, kon het verschil niet groter zijn, dacht ik toen.
De nieuwe docent Wim Beeren liet ons kennismaken met een totaal andere wereld, de wereld van de conceptkunst. We wisten heel vaak niet wat we zagen, maar bleven intens nieuwsgierig.
De Dokumenta van 1972 was een verpletterende ervaring.  De verflucht was weggewaaid uit het atelier. Het materiaal was overal, lag buiten om de hoek, in de directe omgeving of in het landschap te wachten.
Tijdens de 9e Biënnale in Parijs, 1975 viel me al een werk van Wim op. Een kleurige landkaart van Nederland, waar vast iets mis mee was. Ik heb er een dia van, maar die zoek ik al jaren.  Diezelfde excursie zag ik een tentoonstelling van Marcel Broodthaers en was zo ondersteboven, dat we bijna de trein misten. Zulke indrukken vergeet je niet. Weer een andere manier van kijken.
Wim sloot zich moeiteloos aan bij de internationale ontwikkelingen. Naast schilderijen, tekeningen en ruimtelijk werk in allerlei materialen, legde hij projecten vast in foto en film.
Hij reisde in 1972 met Jeanette langs 863 Nederlandse gemeenten en registreerde elke gemeente volgens een vast patroon: een foto van het plaatsnaambord, idem met Wim ervoor, hij kocht een ansichtkaart in de plaatselijke tabakswinkel en stuurde deze naar de Rotterdamse Kunststichting. Elke gemeente werd steeds op deze manier gedocumenteerd.  Enkele jaren geleden was een gedigitaliseerde versie van het immense werk op verschillende plaatsen te zien en bleek ook nog eens een cultuurhistorische dimensie te krijgen. Kijken verandert inderdaad in de loop van de tijd. Het werk is opgenomen in de collectie Verbeke, die het project ook in boekvorm uitgaf.
Het zou geweldig zijn om dit werk nog eens over Nederland te verspreiden in het huidig aantal gemeenten (ca. 300) met al die  fantasierijke namen, waarachter de oorspronkelijke gemeenten schuilgaan.
Het project is een voorbeeld van kijken, reizen volgens een vast systeem en daarvan beeldend verslag doen. Allemaal volgens de ordenende verbeelding van de conceptkunst.
Nog steeds fascineert het kunstenaars de omgeving in foto’s en films op deze manier te registreren. Opeens werd zelfs bijna letterlijk het project van Wim opnieuw uitgevonden en de betreffende kunstenaar kwam breeduit in de publiciteit. Soms mis je wel eens de historische context in de journalistiek.
In de jaren 60 en 70 zijn er door beeldend kunstenaars heel veel korte filmpjes gemaakt, die vooral via de nieuwe media een veel groter bereik hebben.  En daardoor steeds opnieuw ontdekt worden.
Op initiatief van de Rotterdamse Kunststichting was rond 1970 een videostudio gevestigd in het Lijnbaancentrum: een belangrijke stimulans voor Rotterdamse kunstenaars om te werken met het toen nog prille medium video.
Gelukkig meestal op tijd zijn de in Nederland gemaakte (video)films geconserveerd en gedigitaliseerd. Ze worden beheerd door LIMA in Amsterdam. Bovendien wordt daar veel onderzoek gedaan.
Zo zijn er 6 films van Wim beschikbaar. Ze gaan vaak over lokale verwarringen.  Zoals de verwisseling van plaatsnaamborden Den Haag voor Rotterdam bij de Euromast.  De Coolsingel (in spiegelbeeld).
Al deze voorbeelden zijn hier ook te zien.
Dat is zo aardig, dat Hans het allemaal hier in de kast heeft. De filmpjes worden overigens alleen vandaag getoond.
Het bekendste werk van Wim was zijn voorstel voor de manifestatie C’70 om het Schouwburgplein te veranderen in een wei met koeien.  Ik denk, dat de meeste aanwezigen dit plan kennen of in ieder geval de ansichtkaart, die Wim in grote oplage liet maken.
Het idee werd een aantal jaren geleden opnieuw opgepakt om het plan van Wim alsnog uit te voeren.  De foto van de ansichtkaart verscheen in de media en je kon natuurlijk niet zien, dat het een foto van een fotocollage op een ansichtkaart was. Sommige enthousiaste mensen vertelden, dat ze geweldige herinneringen hadden aan de weide met het vee midden in de stad.
Wim heeft er een mooie lezing over gehouden, die in boekvorm is verschenen en dat boekje ligt hier ook.  Het Schouwburgplein       heeft nu trouwens toch een (kunst)grasmat.

Terug naar de tekeningen. Ze zijn de rode draad in zijn oeuvre. Onderwerpen gaan en komen weer terug. Tekeningen zijn voor Wim vaak verkenningen van ideeën.  Soms spelen associaties mee en verandert een landschap in abstracte vormen. Vlakken of driehoeken bijvoorbeeld leiden de blik naar een verdwijnpunt. Een stip op de horizon.

Laten we nog eens gaan kijken naar Horizontaal.  In zijn eigen historische context.  Let nog even op het eerste horizon werk uit 1976, dat hier op tafel ligt..

(Dank Wim voor je aanstekelijke en niet aflatende verbeeldingskracht. Dank voor Uw aandacht.)

Elbrig de Groot, 15 december 2019.