
Fotografen in Nederland, een anthologie 1852 – 2002
€40,00
Publisher: Ludion, Amsterdam – Gent
Year: 2002
Author: Sinderen (samenstelling en redaktie)~Wim van
ISBN: 90-76588-35-x
Fotografen in Nederland,een anthologie 1852 – 2002.
Een bloemlezing van 226 Nederlandse fotografen.
Dutch. SC, 24,5 x 17,5 cm
Format: Book (Illustrated), 472 pages
Een overzicht van 226 fotografen, en dik 400 niet.
Het deze week verschenen boek ‘Fotografen in Nederland’ biedt de fotowereld een nieuw gezelschapsspel: wie zit er met foto’s in het boek, en wie miste de boot? Vele keuzes zijn duidelijk, maar zoals dat gaat met kiezen zijn even zo vele keuzes aanvechtbaar. Door op de binnenkant van het omslag de namen te plaatsen van 650 fotografen die in principe in aanmerking kwamen en daarvan de 226 die het haalden in wit af te drukken, geeft de redactie openheid van zaken. En daarmee is er alle gelegenheid om de keuzes te betwisten.
Waarom Yani niet en Ulay wel? Michel Szulc-Krzyzanowski niet en Hannes Walrafen wel? Waarom Teun Voeten wel en Eddy van Wessel niet? Waarom Cor Vos wel en Guus Dubbelman niet? Niels van Iperen niet, Max Natkiel wel? Martine Stig wel en Carla van de Puttelaar niet? Ben van Meerendonk wel, Paul Stolk niet? En waarom Bert Verhoeff niet? En waarom ontbreken populisten als Govert de Roos en Joop van Tellingen in een boek dat mede beoogt een geschiedenis van de Nederlandse fotografie te schrijven?
Goed, goed, de antwoorden laten zich raden en hoeven helemaal niet verkeerd te zijn. Maar vermakelijk is het wel, zeker voor degenen die zijn uitverkoren. Zoals het hoort bij een overzichtsboek als dit: je kunt er veel over zaniken en zelfs er terechte kritiek op hebben: helemaal goed kun je het namelijk toch niet doen. Tenzij je een overzicht maakt dat zo duur is dat niemand het kan kopen.
De kracht van het boek zijn de pagina’s over de fotografen. Er staan aardige, goed geschreven profielen van de fotografen, gecombineerd met een, twee of drie foto’s. Leuk zijn de verwijzingen: bij iedere fotograaf staan verwijzingen naar vier vakbroeders die verwantschap hebben in letterlijke, vriendschappelijke of scheppende zin. Geboorte- en eventueel sterftejaar ontbreken niet, evenmin als een bibliografie en verwijzing naar een website. Kortom, als je dit boek koopt, weet je in een klap een hoop over Nederlandse fotografie.
Het blijft een boek met een bedoeling, dat wel. Het moet namelijk rechtvaardigen dat er in Den Haag een Fotomuseum staat (en op 14 december wordt geopend met een tentoonstelling die is gebaseerd op het boek). Zoals directeur Wim van Krimpen van het Gemeentemuseum schrijft: ‘Dat Den Haag in 2002 zijn eigen fotomuseum heeft gekregen, is welbeschouwd een aannemelijke gebeurtenis.’ Inderdaad, even aannemelijk als Rotterdam, Amsterdam, Haarlem en Venlo. En doe Utrecht, Breda, Eindhoven, Enschede en Groningen er dan ook maar bij. Zit er in het volgende kabinet wellicht een staatssecretaris die ervoor kan zorgen dat er een alles overziend landelijk fotobeleid met bijbehorend instituut/museum en budget komt?
1 in stock



