Een feestrede voor Arie en Klaas door Vincent Mentzel

11.10.2019

 Ja, zei Arie door de telefoon met zijn bekende beetje krakende stem: Zou jij voor de jarige Klaas en mij een feestrede willen bedenken voor de opening bij Galerie Walgenbach.

Een feestrede…dat is toch een rede waar iedereen blij van  wordt en opgewekt na afloop het glas heft en zich zo opgewekt voelt dat hij of zij in opperste staat van geluk één of liefst twee werken van de beide kunstenaars aanschaft.

Klaas Gubbels is geboren op 19 januari 1934 in Rotterdam en Arie van Geest op 10 april 1948 in Maasland, …off all places, maar  woont eigenlijk zijn hele leven al in Rotterdam.
Een feestrede, vrienden van de kunsten hier in Rotterdam bijeen, een feestrede is ter gelegenheid van een feestvarken. In dit geval dus twee.
Nu is het bijna altijd feest…voor mij althans, wanneer ik het atelier van de beide kunstenaars mag betreden. Het geeft mij een   bijzonder gevoel. Een euforische ervaring en  denk  dan  ook  zelf een beetje kunstenaar te zijn.
Ik laaf mij aan de beide mannen, zoals je je ook kunt laven aan een goed glas wijn. Maar dit is meer, veel meer dan gewone wijn. Dit is een sensuele ervaring.
Zowel geestelijk als lichamelijk voel je je verrijkt, wanneer je het atelier van zowel Arie als Klaas verlaat.
Het is niet alleen de lucht van verf of een slecht geventileerde ruimte. Het is niet alleen de lichaamslucht van beiden. Daar zit net zoveel verschil in als in hun beider werk.
Wat maakt dat je je op je gemak voelt wanneer je het ‘hok’ van deze mannen betreed.
Je maakt ineens deel uit van hun wereld, hun schilderij. Even maar hoor. Want hun strijd is intenser.
Klaas zijn struggle bijvoorbeeld met die godvergeten tafels en ketels.
En Arie, zijn struggle, niet alleen met zijn leven en Berneja, maar ook met zijn immer romantische gevoelens voor al zijn dierbaren en de mensen om hem heen. Zijn voortdurende melancholische gevoelens over leven en dood. Zijn opwindende strijd om te overleven, te blijven leven, in poetische vormen terug te zien in zijn werk.

Ik heb al sinds mensenheugenis een schilderij van twee somber kijkende meisjes aan mijn muur thuis hangen. Een inmens groot doek, ooit voor veel geld van Jan Riezenkamp overgekocht. Een echte Arie van Geest. ‘ Het comfort van de Melancholie’ genaamd. Waarom vond ik dat schilderij zo bijzonder.
Waarom voelde ik inderdaad de melancholie van Arie in mijn gezicht prikken ?
Ik sta er iedere dag even voor. Twee tamelijk boos kijkende meisjes die je verwend en verwaand aankijken. Ik kijk ernaar en zeg dan zachtjes ( …opdat mijn vrouw en dochter het niet horen) Kijken jullie verdorie toch eens vrolijk !
Het schilderij heeft iedere dag een andere melancholische blik.    Ik ben eraangewend. Het bepaalt voor mij het ritme van de dag,.

Arie had een vooruitziende blik, er hangt nog een ander schilderij  in de woonkamer met ook een booskijkend meisje, geschilderd jaren voordat onze dochter in 1999 geboren  werd.  Een  portret van Alice in Wonderland, waar wij onze, soms ongemakkelijk kijkende dochter in menen te herkennen. Niets is toeval !
Er hangt ook een groot doek van Klaas Gubbels in de woonkamer, ‘De Tafelzitster’. Het heeft jaren geduurd voordat mij dat schilderij door Klaas werd gegund. Foto’s, briefjes, met de tafelzitster erop getekend, met de tekst: ‘Mooie piece he,’ je Klaas.’ Maar arriveren deed het nooit, een keer belde Klaas op, kom het maar halen in Arnhem, paste het verdomde schilderij niet in mijn auto ( Klaas   wist dat en zei kom we gaan drinken) Nog weer jaren later arriveerde het schilderij eindelijk in Rotterdam. Met een voor mij wildvreemde was de Tafelzitster’ meegereden.
Onze dochter heeft er direct na haar geboorte in 1999 in een wiegje nog maanden onder gelegen, tot grote ontsteltenis van mijn schoonmoeder.
Die vond ‘ De Tafelzitster’ aanstootgevend en dacht dat ons kind daar een levenslang trauma aan zou overhouden. Het is goed gekomen en ze houdt gelukkig heel veel van Klaas.

Arie kreeg schilderles van Klaas op de Kunstacademie hier in Rotterdam.
Wat heet les: Op het atelier van Arie hangt een van de Arie’s eerste schilderijen, ‘de Nachtwandelaar’ uit 1968. Het lijkt zo  op  het eerste gezicht een Klaas, maar het is geen Klaas. Echter dit   schilderij heeft Arie van Geest zijn leven wel vormgegeven.
Na een poosje wanhopig stillevens van tafels en stoelen schilderen heeft Klaas, Arie een goede raad gegeven: ‘Jij moet niet schilderen wat je ziet, maar schilderen wat je denkt’
Die woorden heeft de jonge ‘klad schilder’, zoals Arie zichzelf spottend noemt, tot zich genomen.
Arie’s leven is poëzie, hij kan als geen ander zijn gedachten op het doek componeren. Ontroerend.. …en daar ..Dames en Heren,  komen Klaas en Arie samen.
Een feestrede is er om u een beetje een heerlijk gevoel te geven en ik hoop dat uallen nu al een beetje dat heerlijke gevoel heeft.

Klaas mijn ‘oude’ vriend, is ook een beetje mijn leermeester, want wat is het heerlijk, ik zei het al eerder, om bij hem op het atelier binnen te komen.
Als jongetje van 12 ging ik wel een logeren in Amsterdam bij een goede kunstenaarsvriend van mijn ouders: Lex Horn.
Wie van u kent niet het prachtige wandkleed van Lex Horn wat in de Doelen hangt, maar dit terzijde.
Lex Horn woonde aan de Oude Waal in Amsterdam, vlakbij de Binnen Bantammerstraat, waar de Chinezen wonen en de hoerenbuurt begint.
Het was er buiten voor mijn gevoel altijd nat en koud, maar zodra   ik een stap binnen zette bij de familie Horn, was het knus en warm in de kleinekunstenaarswoning.
Het rook er altijd naar olieverf, sigarettenrook, drank en koffie. Het voelde als een schilderij van liefde en opwinding.
Zo is het ook bij Klaas,…. ‘ja..a.a kom maar langs zei Klaas met een lichte stotter in de stem,…’en de opwinding van het binnenkomen in zijn volgepropte atelier in Arnhem is daar weer.
Bij Klaas kom je altijd in je korte broek binnen en word je er héél langzaam volwassen.
Het is bij Klaas nooit hetzelfde, altijd weer nieuwe doeken her en der opgesteld. Maar het ruikt er zoals het hoort.. de geur van mijn jeugd. De geur die ik ook zo goed kende uit een andere periode in mijn leven in Dordrecht. Op het atelier van Klaas zijn overleden vriend Bouke Ylstra. Ik zat daar als ventje in een hoekje te kijken naar de schilder aan het werk. Ook weer die onverwoestbare geur van olieverf, sigaretten en de houtkachel
Bij Klaas wordt je verdrietig en vrolijk tegelijk. De bijna eenvoud uit het leven, en ook zijn gevecht met het schilderij maakt je nederig en gelukkig tegelijk.

Opvallend de zo verschillende kleuren die Arie en Klaas gebruiken.
Wat maakt het zo bijzonder om deze  twee  mannen,  zo verschillend in hun werk, zo verschillend in karakter, nu samen te zien.
De melancholie van het zijn, de poëtische liefde voor het lege doek.
Arie die zich in Frankrijk spiegelt aan zijn tuin.
Zijn leven en herinneringen in de schilderijen van zijn tuin projecteert. Zijn ( overleden) vrienden en familie laat bloeien in het gras. Zijn onverwoestbare liefde voor Berneja.
Klaas die in alle eenvoud een gruwelijk beeld kan neerzetten. Neem het schilderij wat ik nooit zal vergeten en zonder dat je de titel hebt gelezen al weet dat het allemaal niet deugd:
‘Het verhoor.’
Twee ketels tegenover elkaar.

Arie die op zijn grimmige wijze een zelfprotret schildert waar je niet vrolijk van wordt:’ Sleeping with the enemy ‘
Zijn strijd tegen, zoals de oudere generatie het noemde: ‘ De gevreesde ziekte K’
En na dat hij weer een overwinning op deze ziekte heeft behaalt in 2019 het grauw-grijs-groene schilderij maakt:  ‘the  Sisters  of mercy’
Wat doet Klaas: die kleed zich uit en gaat bijna naakt in de krant staan.
Heerlijk, hij laat zijn bijna onoverwinnelijke mannelijkheid zien.
Klaas en Arie twee vrienden die samen: om met Reve te spreken, ‘Nader tot U’ komen.

Is het nog steeds een feestrede? Ik denk het wel…

De reden om een feest te geven is hier vandaag bij Galerie Walgenbach, deze twee ongelooflijke aardige mannen, die gemeen hebben dat ze géén ‘ klad’ schilders zijn, maar weergaloos goede kunstenaars. Die elkaar op poëtische wijze liefhebben en van elkaars werk kunnen genieten. Trots zijn  op  hun lange vriendschap.
Ik citeer een brief uit 2014 van Arie aan Klaas:
Naast de regelmatig opduikende ellende is het leven ook gevuld met kleine raadsels, die we gewoon in takt moeten laten. Niet beroeren, rustig rond laten dobberen richting de kier naar de vrijheid. Het geluk ligt immers niet achter de horizon, maar bevindt zich veilig opgeborgen in de kelder van ons eigen nevelbrein.
En uit een gedicht van Rutger Kopland (2001) over Klaas:
Hoe een tafel bijvoorbeeld verandert in een schilderij.
het gaat om het zien zegt Klaas meer kijken, minder schilderen.
Achteruitlopen, tot je denkt: verdomd.
Als je lang genoeg kijkt zie je iedere tafel voor het eerst.

Dames en heren, vrienden van Arie en Klaas van het ‘Geest & Gubbels Genootschap’ laten we het glas  heffen  op  deze  heerlijke en eerlijke Rotterdammers en niet te vergeten hun lieve Heleen en Berneja.

Vincent Mentzel, Galerie Walgenbach art & books,  10 november 2019