Corrie Brands

04.05.2019

Ik heb een behoefte ritueel te verzamelen, te ordenen en vorm te geven aan materiaal.  
Een materiaal boeit me door vorm, structuur, kleur of geur en door de plaats die het in de ruimte inneemt. 
Door die eigenschappen op me te laten inwerken, ontstaat er een idee voor een specifieke handeling.  Meestal een repeterende en eenvoudige, die leidt tot een beeld met een niet voorspelbare structuur en vorm. Het is een poging door te dringen in de aard van de dingen door materialen voor zichzelf te laten spreken. 

www.corriebrands.com


Hanuman Books

03.05.2019

Hanuman Books was founded by American art critic, curator, editor and publisher, Raymond Foyeand Italian painter Francesco Clementein 1986.

Clemente, in addition to suggesting books, painted the Hanuman Books logo, contributed money to pay for printing in India, and envisioned the design of the books. Clemente, for example, suggested sending black and white author photographs to be hand tinted, so Indian printers would influence the books.

Hanuman books were printed on a letter press at C.T. Nachiappan’s Kalakshetra Press in Madras (now Chennai), India. The acid-free pages were sewn together by local fishermen and others. All of the books have the same 3″ x 4″ dimensions. 

Handmade Indian paper and vegetable dyes enabled colorful covers. Titles stamped in gold and tinted author photographs appear on the dust jackets.

Nachiappan himself destroyed the first print-run of Bob Flanagan’s Fuck Journalin order to avoid prosecution under anti-obscenity laws, which applied to printers as well as publishers. He was convinced by Foye to print five hundred clandestine copies.

Very few copies remain and have proven exceedingly difficult to obtain.

The Hanuman collection here offered for sale formed part of a gift from Raymond Foye to Gerard Bellaart. All the books are in mint condition.


for order press button

Marenne Terlingen

08.03.2019

Toespraak Marjolijn van den Assem

Het waren vervreemdende tien jaren voor mijn hartsvriendin en collega Marenne Terlingen.
Ik dacht aan een gedicht van Innokenti Annenski:

‘Nee, ik wil niet, ik wil niet!
Wat? Geen mens, geen houvast, geen route?
Dooft de kaars door ‘t ademen uit?
Stil … ga nu op handen en voeten!’

En zó redde ze zich.
In den beginne richtte Marenne zich op de Vesuvius, die ze beeldend ontgon, 
totdat alle lava vrucht had gedragen.
De verbazing die dat opriep maakte weerbaar.
Weerbaar? Vechtlustig!

Marenne betrad de boksring, waarvan ze constateerde dat hij vierkant is
en ze liet zich alle hoeken van de ring zien.
Vedergewicht is haar categorie, krap 57 kilo mag men daarin wegen, schoon aan de haak.
In die blote, botte, geharnaste toestand bevocht ze haar drijfveren en ziedaar …
dat schiep tegenwicht.

We kunnen hier nu haar zielenroerselen volgen, verpakt in avontuur en veelzijdigheid.
Vederlicht zoals het een vedergewicht betaamt, maar ook
behendig omfloerst en zo ontwijkt ze onze interpretatie.
Op gevonden kartonnen, opgeraapte papieren, scheurde en schilderde ze, 
tekende en kraste ze, terwijl de spuitbus haar nog het meest bekoorde.
Ze schrijft zichzelf.

Het woord om en om gekeerd tot het zich voordoet als standpunt, openbaring, ontsnapping.
Tot er geen speld meer tussen te krijgen is,
tot de schoonheid er op volgt.

Men noemt haar wel ‘de vlinder’, 
wellicht omdat ze -soms incognito, weggedoken in de cocon van Vincents te grote jas- 
stoer op haar fiets de stad befladdert, 
lichtvoetigheid is de tegenhanger van de ernst.
Mohammed Ali, onze boksheld vatte zo het hele leven samen in:
“Float like a butterfly, sting like a bee”.

Dat is wat ze deed en ze tekende het ons voor.
De weerslag daarvan zien we hier in een album bijeen,
omdat Hans Walgenbach er de noodzaak van inzag.

‘Het werk maakt dat ik besta’ zei Marenne me onlangs, 
kernachtiger kan een kunstenaar het niet verwoorden.
Het synoniem van ‘verdergewicht’ is ‘pluimgewicht’,
een lauwerkrans voor een zwaargewicht die niet is gezwicht
maar vocht en overwon.

Keer op keer realiseren we ons
de zinvolle – zinloze – hoopvolle – hopeloze functie van kunst.
Misschien wel ons enige houvast.
Maar vooral de meest intense mogelijkheid tot medemenselijkheid.

Daarom wordt het joie de vivre van Marenne Terlingen hier tentoon gespreid,
lees het, vang het op, want de tentoonstelling is vanaf nu geopend!

Marjolijn van den Assem

Ben Zegers

25.02.2019

Gouwstraat 15
3082BA Rotterdam
open: vrijdag van 13 – 19 uur, zaterdag van 13 -17 uur en op afspraak
info@walgenbach.nl
+31 6 393 11 695

Tentoonstelling  
3-3 tot 31-3-2019 
Ben Zegers 
‘Souvenirs’
klein werk in diverse technieken
 Ben Zegers (1962) verstoort de maat van de dingen, maakt alles dat maatvast is maatloos, maakt alles dat diepte heeft plat en andersom. Zijn beelden zijn in vorm en inhoud zo elastisch dat ze onophoudelijk van identiteit veranderen. Het bestaan wordt gevat in een aanschouwelijk model, inschikkelijker dan de werkelijkheid. Met deze macht over inhoud en materie kan hij het bekende beeld tot zijn eigen beeld omvormen. Zijn beelden (stapelingen van herkenbare objecten en constructieve elementen), zijn knipsels en zijn (gefotografeerde) maquettes van bekende taferelen, het zijn altijd beelden die onderweg zijn naar hun bestemming, niet te duiden door zijn onophoudelijke spel met herkenbaarheid, proportie, functie en betekenis. 

Zegers werk bevindt zich o.a. in de collecties van Museum Boijmans van Beuningen, Haags Gemeentemuseum en de Caldic Collectie. Momenteel werkt hij in opdracht van Stadsontwikkeling en S.I.R. aan een sculptuur voor de Binnenrotte in Rotterdam.

Caroline Peters, ‘Rapiaria’

07.01.2019

Opnieuw gebonden drukwerk als assemblages. We worden overspoeld met alle soorten drukwerk en vlakken vol typografie en afbeeldingen.
Het stapelt zich om ons heen op. Eigenlijk bekijken we het niet eens meer aandachtig. Iedere manier van communiceren via drukwerk is
voorspelbaar en doelgroep gericht ingepalmd.Door de tijden en genres te mixen of te contrasteren binnen nieuwe vergaarthema’s kan het uiterlijk je ineens weer veel meer opvallen dan de inhoudelijke boodschap die het binnen een geproduceerd keurslijf had. Informatief, educatief, degelijk,
glamour, commercieel, kunstzinnig, antiek, hip, nietszeggend of slecht.
Aan mij de taak de nietszeggende boel opnieuw te sorteren, combineren en binden tot een nieuw beeldend associatief uniek geheel. 

Autobio

Ik groeide op in mijn kamertje te Den Haag naast de Staatsuitgeverij onder het ritmische gepuf van de persen die dagelijks draaien. Mijn vader was grafisch ontwerper die thuis aan de grote tafel met schaar, lijmtube, transparantje en picalatje moest puzzelen voor brood op de plank. Soms zat ik naast hem met mijn schaar om ook iets te knippen en plakken op mijn manier. Als tiener werd mn mening al gevraagd over de plaatsing van een paginanummering, de interlinie of in welk corps het fotobijschrift het beste was. Het bladspiegelgevoel is me als het ware met de ‘papschaar’ ingegoten.Hoewel ik van oerlelijke kinderboeken hield, heb ik met de tijd mijn esthetische smaak ontwikkeld, maar gelukkig nooit mijn zak voor lelijk drukwerk verloren. Zoals de reclamefolders in schreeuwende kleuren die op geen waaier te vinden zijn. Het drukwerk in wanstaltig lettertype lijkt zo van een oud Letrasetvel gewreven. Er is geen stukje van het papier onbenut. Dat misdrukwerk ligt
overal om ons heen voor het oprapen. Mijn vergaarbak met afvaldrukwerk neemt dan ook snel een enorme omvang aan. De wens een eigen boek te maken tijdens mijn ‘analoge’ kunstacademie (eindexamen 1987) dreef mij naar de zeefdruktafel en een boekbindcursus. Veel later, op een moment van pure verveling en wanhop, ontstond het eerste recycleboekje met een grote luciferdoos als omslag. Alles wat ik al lang verzameld had werd daarna, tot op de dag van vandaag, bewerkt en in elkaar genaaid en geplakt in de hoop dat het overal en nergens op een plank komt te staan. Gekoesterd, vergeten en veel verkast. En, tenslotte, …opnieuw afgedankt.

Caroline Peters
caropeters.nl

L’homme qui rit.

01.12.2018

Toespaak Arie van Geest bij de opening van de tentoonstelling van Sjef Henderickx, 16 december tot 26 januari 2019

In een helder atelier in Schiedam bevindt zich ergens op een kast tussen allerlei prullaria een object trouvé. Een nietig bootje, bedekt met modder en schelpjes. Halverwege de jaren 70 werd het door Sjef Henderickx gevonden in een toen juist drooggelegde poldervaart in Kethel. Een sentimentele scherf uit de verloren tijd. Ooit het speelgoed van een kind maar nu een gehavend miniatuur wrak met een poëtische lading waaraan niets is toe te voegen.

Het is zonneklaar. Sjef Henderickx is niet voor een gaatje te vangen.

Al bijna een halve eeuw werkt hij als beeldend kunstenaar aan een consistent oeuvre, waar verschillende disciplines als beeldhouwen, schilderen en tekenen worden ingezet. Al naar gelang het beeld dat hem voor ogen staat. Maar er is meer.

Als men zijn Schiedamse atelier bezoekt, wordt men overspoeld door een raadselachtig transito-universum boordevol attributen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben maar die zich in essentie in de wachtkamer bevinden om ooit een rol van betekenis te kunnen spelen in de vrijstaat waar Sjef het voor het zeggen heeft. Vanzelfsprekend is dit atelier het domein van een man die beelden wil verwezenlijken, maar het is tevens de broedplaats van een alchemist, de opslagruimte van een archeoloog, het kabinet van een filosoof een mini-museum van een verzamelaar die reflecterend op zijn directe omgeving het onbenoembare voor het voetlicht wil zien te krijgen.

Op zeer jeugdige leeftijd trad Sjef reeds toe tot het gilde der museumdirecteuren. In de schuur achter zijn ouderlijk huis richtte hij in die dagen een museum in om kinderen uit de buurt kennis te laten maken met vondsten die hij in de natuur had opgedoken. Op 15-jarige leeftijd deed hij in de klei van de Vlaardingse Broekpolder zijn eerste opgraving. Objecten aangetroffen in zijn directe omgeving, zowel in als boven de grond zijn van meet af aan van grote invloed geweest op de imaginaire wereld die hij als beeldend kunstenaar in kaart is gaan brengen.

Een typisch voorbeeld van zijn manier van werken is de sculptuur ’t Lam dat hij ontwierp voor de herinrichting van de Schiedamse St. Janskerk in 2010. Met de ruim duizend brokstukken van beelden en altaren die tijdens de beeldenstorm van 1572 door de watergeuzen uit Den Briel werden vernield en die tijdens de restauratie van de kerk vlak na de tweede Wereldoorlog onder de vloer werden gevonden om vervolgens voor een periode die langer dan vijftig jaar zou duren naar de zolder van het Stedelijk Museum van Schiedam te verhuizen, ontwierp hij een vier meter hoge zuil van gewichtloze stenen die oprijzen uit een stalen ronde schaal en die bovenin a.h.w. samensmelten in de vorm van een gefragmenteerd lam.

Sinds 2002 pendelt Sjef letterlijk tussen twee werelden heen en weer. Te weten zijn artistieke territorium in Schiedam en zijn maison secundaire in Bégadan, een gehucht in het Franse departement de Gironde.

In de zomer van 2017 ontstonden in zijn Gallische tekencaravan met uitzicht op de kleine, lokale vuurtoren Le Tour de By binnen zes weken 99 werken op papier die hij de titel L’Homme qui rit meegaf en waarvan er momenteel een aantal te zien zijn in deze ruimte. 

In 1869 schrijft Victor Hugo de filosofische roman L’Homme qui rit waarin de levenswandel uit de doeken wordt gedaan van het tienjarige, haveloze kind Gwynplaine, een protagonist getooid met de grimas die eigenlijk een verminking is en die moet vechten tegen de nacht, de sneeuw en tegen de dood.

Sjef Henderickx  goochelt die zomer uit een potje dat gevuld is met een mix die bestaat uit restjes inkt, walnotenschillen en retoucheverf uit de jaren dertig met grote trefzekerheid een waar leger van anonieme schimmen op papier, schimmen die o.a. worden aangetast door trechters, vogelveertjes, slakken, spechten, paddenstoelen en andere fenomenen uit de vrije natuur. Aantasting, verval, kwetsbaarheid, maar tegelijkertijd een uiterst transparante schoonheid zijn de belangrijkste kenmerken uit deze serie vol lucide vaak wat strompelende wezens die getooid gaan met de grijns van het kind uit het brein van Victor Hugo.

Onder invloed van de maritieme omstandigheden in het specifieke licht van de Médoc, het gebied  ingesloten tussen de Atlantische Oceaan en de Gironde ontstond bij Sjef een aantal jaren geleden het idee om er ter plekke op de grens van het water en het land een poëtische schuilplaats te gaan realiseren: La Cabane des Hirondelles, een toevluchtsoord voor zwaluwen.

Een bescheiden onderkomen van vijf meter lang, vier meter breed en twee meter tachtig hoog, de muren moeten worden opgebouwd naar een traditie van de lokale oesterkwekers om lege schelpen als saté op stalen pennen te rijgen en die vervolgens te gebruiken om oesterbroed op te zaaien, het dak wordt bedekt met Jacobsschelpen die verwijzen naar de pelgrims die de Girondehavens aandeden om vervolgens hun voettocht naar Compostella te vervolgen, aan de voorkant bovenin een kleine ingang voor de duikacrobaten van de wind en aan de zijkanten een aantal roeispanen. Mocht de zondvloed zich ooit weer aandienen dan zal deze poëtische, hedendaagse ark zich moeiteloos naar veiliger oorden kunnen begeven.

Een utopisch verlangen van een romanticus die het leven als een laboratorium ervaart, die dromen in de werkelijkheid wil plaatsen en die gelooft in de schoonheid van de ziel.

Deze bescheiden tentoonstelling bewijst dat hij in staat is om deze complexe materie op een heldere, maar vooral indringende manier te visualiseren.

Arie van Geest

30-10-2018